Specialismen: gouddraadwerkers

Voor een boek over zilver uit de provincies Holland en Zeeland doe ik op dit moment onderzoek in verschillende archieven, op zoek naar gegevens over goud- en zilversmeden. Zoals altijd zijn er dan verrassingen. In het Stadsarchief in Delft ligt een handboekje, waarin het gildebestuur jaarlijks aantekende wie er in het bestuur zat, wie er als meester werd toegelaten, en wie er als leerjongen werd ingeschreven. Spannend is vooral dat men verschillende specialismen onderscheidde; naast de gewone goudsmid, die onder andere gouden sieraden met stenen maakte, is er ook de gouddraadwerker, gespecialiseerd in het creëren van voorwerpen van gouddraad, op zijn Frans filigrain.
Opnamedatum: 2012-11-15

Het specialisme wordt al in het laatste kwart van de zestiende eeuw in Delft genoemd, en het bleef tenminste tot aan het midden van de achttiende eeuw als zelfstandig vak bestaan, in Delft, maar ook in andere Hollandse steden. Het kan dus niet anders of de productie moet aanzienlijk zijn geweest, maar omdat er maar heel weinig goud uit de zeventiende en achttiende eeuw bewaard gebleven is, en omdat werkstukken in gouddraad vanwege de kwetsbaarheid van het materiaal vaak ook niet kunnen worden gemerkt, is het moeilijk om een beeld van de productie van deze specialisten te krijgen.
Opnamedatum: 2012-07-06
Voorwerpen van gouddraad zijn er in soorten en maten; in het Rijksmuseum zijn de rammelaars de grootste. Eén ervan, de leeuw, is blijkens het meesterteken en de datum in het draadwerk in 1778 gemaakt door een Leeuwarder goudsmid, Nicolaas Swalue, de ander is vermoedelijk in het derde kwart van de zeventiende eeuw in één van de Hollandse steden ontstaan. Als je van heel dichtbij kijkt, kun je zien dat de gouddraadwerker eerst van brede platte draden een constructie heeft gemaakt, en de vakjes vervolgens met patronen van veel dunnere draden en met bladeren van goud heeft opgevuld. Doordat de platte draden iets uitsteken, wordt deze uiterst kwetsbare decoratie tegen stoten en schuiven beschermd.
????????????????????????????
De Hollandse rammelaar moet een heel gewoon type zijn geweest. In de voorschriften voor het doen van de gouddraadwerkersproef in Delft, Leiden en Dordrecht wordt het voorwerp in 1685 en in 1733 als vaste proef omschreven, en verwante rammelaars worden vanaf de vroege zeventiende eeuw veel op kinderportretten afgebeeld. Het veel latere Leeuwarder exemplaar is vooralsnog een uniek object; de gouddraadwerker is er met zijn technieken in geslaagd om een heel driedimensionaal dier te bouwen. Alleen de bellen en het mondstuk (ook te gebruiken als fluitje) zijn van platen goud gemaakt. Omdat gouddraadwerk in moderne tijden vooral populair was in de streekdracht, – denk maar aan de Zeeuwse knoop -, zou je kunnen denken dat deze voorwerpen voor de bevolking van het platteland waren bestemd. Dat het in werkelijkheid ook om een stadse mode ging, laat het in 1638 in Delft geportretteerde jongetje zien. Zijn naam is onbekend, maar uit zijn rijke kleding en het crucifix blijkt dat hij een lid van de rooms-katholieke elite moet zijn geweest.
opname/scan 2001

Advertenties

One thought on “Specialismen: gouddraadwerkers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s