Twee manieren om een tafel te dekken

18e eeuw Rijksmuseum 4Het is niet moeilijk om uit te vinden wat publiekslievelingen zijn: als je over zaal wandelt, valt op dat sommige dingen heel vaak worden gefotografeerd. Eén van die fotogenieke voorwerpen is de met miniatuur zilver gedekte tafel in de Special Collections. Bestek en borden zijn neergezet voor vier personen, en rechts van ieder bord staat een – wat groot uitgevallen – zoutvat. Pronkstukken zijn kandelaars en kandelabers, kleine en grote terrines, olie-en azijnstel en last but not least, het (voor zover bekend) unieke middenstuk, een centraal op tafel geplaatst sierstuk waar bloemen in konden worden gezet. De foto is niet van mij, maar van één van de bewonderaars.

De gedekte tafel heeft het Rijksmuseum in 1898 gekregen van mevrouw Catharina Wendelina Jacoba Taudin Chabot – Provó Kluit (1843-1897). Deze in Amsterdam geboren dame legateerde haar complete verzameling aan het Rijksmuseum, en het geschenk en de beschrijving van de 347 miniaturen nam maar liefst een jaar in beslag. Uiteindelijk bleken er drie categorieën te zijn, keukengerei, kleine beeldjes, en vooral veel tafelzilver. Voor het eerst in ruim honderd jaar is de hele verzameling nu weer helemaal te zien. Bij de voorbereidingen kwamen er verschillende verrassingen boven water, met als belangrijkste het middenstuk. Op basis van een foto uit 1880 konden de onderdelen in 2013 voor het eerst weer worden samengevoegd.

Omdat men omstreeks 1898 nog niet zo heel veel van zilvermerken wist, is het tafelservies toen niet als één geheel beschreven. Door de vormen en de versieringen gedetailleerd met elkaar te vergelijken bleek het servies veel groter te zijn dan vroeger werd gedacht. Bijna alle nu bekende serviesdelen zijn tussen 1780 en 1784 door enkele Amsterdamse specialisten geleverd. Zo zijn de kandelaars en de kandelabers in 1780 gemaakt door dezelfde zilversmid die twee jaar later 36 (!) borden zou leveren. Voor het middenstuk en het olie en azijnstel werden in 1784 weer andere edelsmeden ingeschakeld, die op hun beurt ook weer andere onderdelen maakten. Op de grote terrine uit 1809 na, was het servies in 1784 compleet.

Het gevolg van al die aankopen is dat er nu veel meer servies is dan de hoeveelheid die op de tafel kan worden uitgezet. In het museum staan ze nu in dezelfde vitrine, op de plankjes links en rechts, als opties voor de verschillende manieren waarop je de tafel ook zou kunnen dekken. Was men in de 18de eeuw toe aan het dessert, dan bleven alleen de kandelaars, de kandelabers en het middenstuk staan. De terrines en het olie- en azijnstel werden vervangen door dozen en vazen met zoete dingen. Op de foto zijn de kastanjevazen te zien, waarin marrons-glacés werden rondgedeeld, en de trommels, waarin oublies (opgerolde wafels), en gebakken beschuiten werden opgediend. Onze toetjes kende men nog niet; het bindmiddel voor puddingen moest nog worden uitgevonden.
Opnamedatum: 2011-05-06-20

In het klein vertelt deze tafel veel over de manier waarop het museum met schenkingen en legaten omgaat. Je kunt niet altijd alles laten zien – dat is afhankelijk van het verhaal dat je in een opstelling vertelt – maar het is wel heel belangrijk om alles te bewaren en er ook onderzoek naar te blijven doen. Zo slaag je erin om steeds nieuwe verhalen te vertellen, zodat ook de evergreens die ieder museum heeft, nieuwe generaties kunnen blijven boeien.

Advertenties

One thought on “Twee manieren om een tafel te dekken

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s