Vier de lente!

Schotel, Amsterdam 1661, toegeschreven aan Gerloff Brouwer, diameter 45 cm.

Schotel, Amsterdam 1661, toegeschreven aan Gerloff Brouwer, diameter 45 cm.

Op dit moment staat de tuin weer in volle bloei, en kun je weer volop genieten van de rijkdom aan bloemen en planten die alleen op dit moment van het jaar te zien zijn. Hetzelfde plezier spreekt uit een Amsterdamse schotel, in 1661 gemaakt door de zilversmid Gerloff Brouwer (ca. 1627-1676). De voorstelling in het midden van de schotel geeft aan dat het onderwerp de Lente is. In een landschap met op de achtergrond een dorpje zit een jong paar. De man buigt zich over naar het meisje en reikt haar een bloemenkrans aan. Zij draagt een grote zonnehoed, hij heeft zijn hoed afgenomen.

Jongetje met Anjers.

Jongetje met Anjers.

Dianthus caryophyllus  (Gottoffer Codex) 1649-1659.

Dianthus caryophyllus
(Gottoffer Codex) 1649-1659.

Opvallend zijn de bloemen en planten waarmee de rand is versierd. Kleine kinderen dragen takken met bloemen aan waarvan de meeste -Anjers, Narcissen, Bosanemonen en Tulpen- ongeveer op hetzelfde moment in bloei staan. De andere vakken zijn gevuld met bloemboeketten, waarvan dat met akeleien rechtsonder misschien wel de mooiste is. Verschillende soorten zijn herkenbaar weergegeven.

Boeket met Akeleien

Boeket met Akeleien

De draaiingen van de bloemen ogen natuurlijk en doen vermoeden dat de kunstenaar heel goed naar de planten zelf heeft gekeken. De verschillende variëteiten kan hij hebben gekend: vanaf 1638 beschikte Amsterdam over een openbare Hortus Botanicus, waar akeleien vanwege hun geneeskrachtige eigenschappen werden gekweekt. Een idee van de soortenrijkdom bieden botanische handboeken als de in 1640 uitgegeven Hortus Eystettensis van Basilius Besler (1561-1629). De afgebeelde versies komen bijna allemaal in het boeket terug. Grappig zijn de insecten, in dit geval vliegjes en een libelle. In geschilderde bloemstillevens komen ze vaker voor en worden dan gewoonlijk geduid als een toespeling op de vergankelijkheid van het leven.

Akeleien Besler 1640

Waarvoor zo’n schotel werd gebruikt is niet helemaal duidelijk. Evenals de meeste andere met bloemmotieven versierde schotels, manden en schalen heeft de voorstelling een duidelijke onder- en bovenkant. Alleen als de beschouwer recht voor het voorwerp staat, staan de kindertjes rechtop en bieden zij hun bloemen aan het paar in het midden aan. Het impliceert dat rijk versierde schotels zoals deze, gewoonlijk niet op een tafel hebben gestaan maar op een wandtafel of buffet. Vanzelfsprekend onderstreept het zilver zo de rijkdom van de eigenaar. Tegelijkertijd biedt de schotel een onderwerp voor een gesprek, bijvoorbeeld over ‘De lieflijkheit der lente en de brosheid van het bestaan’(Vondel 1654).

Advertenties

Het heden in het verleden in het Rijksmuseum

Enkele dagen geleden hield Bas Heijne een overweging ter gelegenheid van het feit dat het Rijksmuseum een jaar geleden zijn deuren voor het publiek opende. Dat het een succes is, is duidelijk: 2,8 miljoen bezoekers drongen het afgelopen jaar door de museumzalen. Zeker op een moment dat het politiek draagvlak voor musea en erfgoed afneemt, en bezuinigingen op deze sector bijna juichend worden ontvangen, is het een belangrijk teken aan de wand.
Leidraad in het betoog van Heijne was de relevantie van het verleden voor het heden. Schilderijen van Rembrandt en Vermeer hebben de kracht om hedendaagse kunstenaars te inspireren, en de verhalen die in de verschillende voorwerpen besloten liggen, zijn relevant voor onze situatie nu. Continuïteit is een belangrijk element: omdat mensen minder snel veranderen dan je op het eerste gezicht zou denken, zijn er verschillende parallellen te trekken. Portretten en andere memorabilia herinneren er aan dat kopstukken ook vroeger als helden werden vereerd. Op zichzelf waardeloze voorwerpen werden gekoesterd, juist omdat ze direct met het icoon verbonden waren. Verschilt dat nu in essentie zoveel van onze benadering van de BN-er?

Broche met haar van Petronella Moens

Broche met haar van Petronella Moens

Neem nu een broche met gevlochten haar van de in Nederland wereldberoemde dichteres en essayist Petronella Moens (1762-1843). In de tweede helft van de achttiende en de eerste decennia van de negentiende eeuw was zij het voorbeeld van een geëngageerd schrijfster. De parlementaire debatten volgde zij op de voet en zij was een groot pleitbezorgster voor de gelijkwaardigheid van alle mensen, vrouwen en Joden inbegrepen. Vanzelfsprekend was zij één van de voorvechtsters van de afschaffing van de slavenhandel. Haar idealen werden in sommige gevallen pas eeuwen na haar dood gerealiseerd, maar de waardering voor haar pogingen bestonden al langer. Zo werd de broche al in 1875 aan het nationale bezit toegevoegd.
Portret_van_Petronella_Moens_(1762-1843)_door_Margaretha_Cornelia_Boellaard_(1795-1872)
Met deze broche kun je verschillende verhalen vertellen. In de opstelling functioneert ze nu als onderdeel van een presentatie over haarwerk, een in de negentiende eeuw bloeiende stroming binnen het sieraad. Samen met verschillende colliers, broches en ringen laat de broche zien hoe men toen invulling gaf aan de voor ons nog steeds direct herkenbare behoefte aan tastbare herinneringen. Om het verhaal van het geëngageerd verzet in de negentiende en twintigste eeuw te vertellen worden andere voorwerpen ingezet. Verbroken ketenen zijn een veel krachtiger statement voor de afschaffing van de slavernij in 1863, en hoe kun je de emancipatie van de vrouw beter tonen dan werk van vrouwelijke kunstenaars in de twintigste eeuw centraal te plaatsen?