Zilver van een beeldhouwer? Beeldhouwers en zilversmeden in het Rijksmuseum.

Jacob de Gheyn naar Hendrick Goltzius naar Willem Danielsz van Tettero, Quos Ego, 1587

Jacob de Gheyn naar Hendrick Goltzius naar Willem Danielsz van Tetrode, Quos Ego, 1587

In het begin van de zeventiende eeuw zijn vrijwel overal drinkschalen gemaakt, waarvan de binnenzijde met een voorstelling werd versierd. Soms worden voorstellingen in andere media direct met de varianten in zilver verbonden; een beroemd geval in het Rijksmuseum is een afgietsel van een schaalbodem waarvan de voorstelling verwant is aan een in prent weergegeven compositie van de in Delft geboren Italiaanse beeldhouwer Willem Daniëls van Tetrode (ca. 1525-1580). Wanneer de composities in detail met elkaar worden vergeleken, zijn de zeegoden en godinnen op de rand duidelijk familie. Zou dat kunnen betekenen dat de schaalbodem door de beeldhouwer werd gemaakt?

Quos Ego, afgietsel van een zilveren plaquette, ca. 1600

Quos Ego, afgietsel van een zilveren plaquette, ca. 1600

Dat Van Tetrode’s compositie door tijdgenoten als een belangrijk werk werd beschouwd, blijkt niet alleen uit het feit dat zijn composities in prent werden gebracht, maar ook uit de uitgebreide inscriptie. Trots wordt Van Tetrode daarin herinnerd als de bedenker van de compositie: zijn naam staat boven die van de Haarlemse kunstenaars Hendrick Goltzius (1558-1617) en Jacob de Gheyn II (1565-1629). De laatste graveerde de tekening van Goltzius op een koperplaat, zodat de compositie van de bewonderde beeldhouwer vanaf 1587 voor een breed publiek beschikbaar kwam.

Als je de prent met de plaquette vergelijkt, zie je dat de drijver het gegeven op een heel andere manier heeft ingevuld. Zeker als je naar het samenspel tussen de figuratieve elementen en de achtergrond kijkt, valt op dat de verschillende onderdelen op de plaquette vloeiend in elkaar overgaan; waar de zeegoden op de prent boven het water lijken te zweven, zwemmen ze in de schaal. Ook is duidelijk dat veel aandacht is besteed aan de weergaven van stoffen en materialen; de verschillende texturen zijn zelfs in het afgietsel nog duidelijk te onderscheiden.

Daarin herken je de hand van een drijver in zilver, virtuozen die in het Europa van de zeventiende eeuw als vrije kunstenaars werden beschouwd. Men veronderstelt dat Van Tetrode in Delft zijn carrière als edelsmid is begonnen, hoewel zijn naam in de vanaf 1536 integraal bewaard gebleven archivalia van het Delftse gilde niet wordt genoemd. De complexe techniek en de vrijheid van de uitvoering doen eerder vermoeden dat in de plaquette door een echte specialist is gemaakt.

Vanaf de negentiende eeuw worden beeldende kunstenaars in een aparte categorie geplaatst, en denken veel kunsthistorici dat zilversmeden niet zelf in staat zouden zijn om composities te bedenken en uit te voeren. Dat de werkelijkheid veel genuanceerder en dus complexer was, wordt langzamerhand duidelijk. En dat maakt mijn vak nu juist zo leuk!

Advertenties

Een diamanten sieraad van Antoinette Jacqueline barones Sweerts de Landas

devant de corsage, goud, platina, diamant, turkoois, h. 9,7, b. 6 cm,  Frankrijk?, ca. 1900

devant de corsage, goud, platina, diamant, turkoois, h. 9,7, b. 6 cm, Frankrijk?, ca. 1900

Iedere periode heeft zijn voorkeuren: vorm en formaat van een sieraad weerspiegelen wat men belangrijk en aantrekkelijk vond. Voor het decolleté, dat zich in het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde tot een aandachtspunt, werden dan ook speciale sieraden ontwikkeld zoals het devant-de-corsage, een met juwelen bezette hanger, die op het ritme van de ademhaling van de draagster bewoog. Er zijn maar weinig portretten bekend waarop je een dergelijk sieraad kunt zien; een uitzondering is dat van de jonge koningin Wilhelmina, waarop zij de door de Amsterdamse juwelier Hoeting ontworpen en vervaardigde saffieren parure draagt, die zij ter gelegenheid van haar huwelijk in 1901 van de Nederlandse bevolking gekregen had. De strikvormige devant-de-corsage behoorde niet tot het nationaal huwelijksgeschenk, maar was mogelijk een geschenk van haar echtgenoot, Hendrik van Mecklenburg-Schwerin. wilhelmina_

Het exemplaar van het Rijksmuseum is eenvoudiger en veel informeler. Als je goed kijkt kun je zien dat het sieraad de vorm heeft van een hart. Diamanten zijn samengevoegd tot linten en bladranken, en de grootste en kostbaarste stenen worden ingezet om belangrijke elementen uit het ontwerp naar voren te halen, zoals het hart van een bloem of een blad. Daarom is het zo bijzonder dat de belangrijkste plek wordt ingenomen door een relatief goedkope steen, een halfrond geslepen groenblauwe turkoois. Omdat de kleursteen bovendien in geel goud is gezet, terwijl voor de diamanten het omstreeks 1900 moderne platina is gebruikt, zou je je kunnen afvragen of de steen geen latere vervanger is.

In internationale tijdschriften als Good Housekeeping (1905) en Lady’s Realm (1901), maar ook in Nederlandse kranten werd omstreeks 1900 aangegeven dat materialen en stenen moesten passen bij de draagster ervan. Aanbevolen werd om de stenen bij voorkeur af te stemmen op de kleur van haar ogen, en turkoois werd als een goede keuze voor een dame met lichtblauwe ogen beschouwd. Op dezelfde manier diende de zetting te worden aangepast bij het type draagster; in geel goud gezette diamanten versterkten de huidskleur van een blondine, terwijl voor een brunette platina veel geschikter was.

Jammer genoeg weten we heel weinig van Antoinette Jacqueline barones Sweerts de Landas (1871-1950) buiten het feit dat zij drie keer in het huwelijk trad. Haar echtgenoten, Theodor Goedvriend (1895), Johann Georg Julius von Livonius (1908) en Ernst Anthon Jordens (1911) waren allen in het internationale bankwezen actief. Hopelijk komt er ooit nog eens een foto of portret van haar boven water, zodat we zeker weten of ze een brunette met lichtblauwe ogen was…