Kunst Kijken, maar dan echt!

Adam van Vianen, gildebeker voor het Amsterdamse goudsmedengilde, verguld zilver, Utrecht 1614, Rijksmuseum Amsterdam BK-1976-75

Adam van Vianen, gildebeker voor het Amsterdamse goudsmedengilde, verguld zilver, Utrecht 1614, Rijksmuseum Amsterdam BK-1976-75

Net viel de Groene Amsterdammer op de mat, met de vertrouwde column van Rudi Fuchs, Kijken. Ik lees hem meestal graag, vanwege de soms onverwachte verbanden die hij legt tussen het heden en het verleden waardoor je de continue stroming van creativiteit in de kunsten telkens in nieuwe perspectieven ziet. Soms is het perspectief minder geslaagd; als je het zilveren monument van Adam van Vianen verbindt met de Effimero van Luciano Fabro uit 1992 omdat beiden de weerkaatsing van het licht op metaal gebruiken om ongeziene werelden op te roepen, mis je de kans om iets specifieks te zeggen. Iedere kunstenaar in zilver houdt rekening met de glanzende kwaliteiten van zijn materiaal, en Adams virtuositeit zit hem dan ook niet zozeer in het feit dat hij gebruik maakt van de weerkaatsing van het licht op zilver, maar in de manier hoe hij het lichtspel stuurt. Met zijn ponsen (een soort metalen stiften) brengt Adam zoveel verschillende nuances op het oppervlak aan dat door de lichtval op het zilver verschillende structuren worden gesuggereerd.
BK-1976-75-03
Ingewikkeld is dat Fuchs Adams werelden probeert in te passen in de Nederlandse voorkeur in de schilderkunst voor de weergave van het herkenbare leven, het realisme. Voor Adam van Vianen gaat dat juist niet op: Fuchs is hier met open ogen in de valkuil gelopen die deze kunstenaar voor zijn kijkers gegraven geeft. In een eerder blog heb ik al eens laten zien dat Adam in deze kan de kijker continue op het verkeerde been zet. Zo bestaat het ‘aapje’ uit werkelijkheid uit onderdelen van verschillende wezens: het hoofd van een aap, het lichaam van een dwerg en de vinnen van een zeehond. Dat wij toch in eerste instantie denken dat hier een aapje zit, heeft te maken met onze manier van kijken. In ons hoofd worden de herkenbare fragmenten gecompleteerd tot een volledig beeld. Datzelfde spel spelen hedendaagse kunstenaars ook, denk maar aan de wonderlijke dieren van Salvador Dali of de spinnen van Louise Bourgeois.

BK-1976-75-01

Dat bij Adam (en de andere specialisten in deze vormentaal) juist het spel met de werkelijkheid centraal staat, blijkt niet uit de formele naam Kwabstijl die de negentiende eeuw hieraan gegeven heeft. De woorden die de zeventiende eeuw zelf hiervoor bedacht, Fratsen en snakerijen, dekken de lading beter. Wat de zeventiende eeuw met bijvoorbeeld snakerijen bedoelde, valt af te leiden uit een gedicht van Constantijn Huygens, Droomen: ‘Geen minder snakery en baert als simpel’ oogen/In vyer en wolcken sien; die, smakelick bedrogen,/Heel’ Almanacken sme’en in d’asch of in de lucht’. Ken je een mooiere manier om de bedrieglijke schijnwerelden te beschrijven, die we allemaal wel eens in wolkenluchten of houtvuren hebben gezien?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s