Herinneringen aan Eliza Laurillard

Doopschaal in houten voet, Voorschoten 1859, J.M.W van Kempen, kerkelijk bezit.

Doopschaal in houten voet, Voorschoten 1859, J.M.W van Kempen, kerkelijk bezit.

Op de tentoonstelling die ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van de Hooglandse kerk in Leiden is gemaakt, staat een eenvoudige negentiende-eeuwse doopschaal. Op zichzelf interessant, vooral omdat ook de houten voet bewaard gebleven is, maar veel intrigerender is de tekst op de rand: ‘Leden der Nederduijtsche gemeente aan Ds E Laurillard’, ‘Leijden 26 december 1858’ en ‘Ds Laurillard aan de Hooglandsche Kerk’. Wie is nu de schenker en wat was toen zo belangrijk dat het in zilver diende te worden vereeuwigd?

doopschaal detail randschrift

doopschaal detail randschrift

Leiden was voor de Rotterdammer Eliza Laurillard (1830-1908) zijn tweede standplaats. Hij was zo populair dat hij in de vijf jaar dat hij daar actief was, jaarlijks door andere gemeenten werd gevraagd. Toen was het nog gebruikelijk dat men dominees die besloten te blijven, daarvoor vorstelijk beloonde. Laurillard gaf daar een heel eigen invulling aan: zijn bonussen werden gebruikt voor de hele gemeente. Hij stortte het geld in de armenkas, liet er een school van bouwen, gebruikte het om de akoestiek van de Pieterskerk te verbeteren en het orgel van de Hooglandse te restaureren, en nog veel meer. Als je weet dat ook het zilveren doopvont op die manier is betaald, wordt de betekenis van de tekst duidelijk: gemeenteleden beloonden Laurillard, dominee besteedde het aan zilver en schonk de bonus zo weer aan de gemeente terug.

Eregalerij van het Rijksmuseum 1897

Eregalerij van het Rijksmuseum 1897

In 1862 vertrok Laurillard naar de Oude Kerk in Amsterdam, en daar zou hij zich ontwikkelen tot een nationale figuur. Onder zijn trouwe aanhangers bevonden zich onder andere Vincent van Gogh en koningin Wilhelmina. Als ontspanning schreef hij reeksen dichtbundels, en hij werd dan ook haast onvermijdelijk tot een groep beroemde domineedichters gerekend, die omstreeks 1900 één voor één met een standbeeld in de Eregalerij van het Rijksmuseum werden geëerd. Hoe hij over de Amsterdamse grachtengordeldieren van dat moment dacht? Je hoeft alleen maar zijn Maatschappij van onderlinge verzekering tegen roemloosheid te lezen:

Heeft een der leden van de club
Zijn letterkundig ei gegeven,
Dan wordt door ’t kakelen van de rest
Op schelle toon zijn lof verheven;
En, legt nu elk om beurt een ei,
En kakelen beurt’lings al de vrinden,
Dan is – dat voelt ge – in heel de club
Geen enkel roemloos lid te vinden.

De marmeren monumenten zijn al in het begin van de twintigste eeuw uit de opstelling verdwenen, en hebben nog een tijdje de gangen van verschillende ministeries versierd. Als middel om de herinnering levend te houden, hebben ze dus hopeloos gefaald. Succesvoller was het zilveren geschenk aan de Hooglandse Kerk. Bij iedere doop lezen mensen de teksten, en vragen zich vervolgens af: Wie was toch die Laurillard?

Portretbuste van Eliza Laurillard, marmer, Den Haag, Arend Willem Maurits Odé, 1894, BK-B-741

Portretbuste van Eliza Laurillard, marmer, Den Haag, Arend Willem Maurits Odé, 1894, BK-B-741

Advertenties

One thought on “Herinneringen aan Eliza Laurillard

  1. Dag Dirk Jan
    Wat weer een interessante toelichting op een object waar je anders wellicht aan voorbij zou lopen zonder het te hebben gezien. Zo kan men dus ook omgaan met (verdiende) bonussen.
    Alhoewel ik eigenlijk nooit reageer kan ik je verzekeren dat ik steeds met veel genoegen je ‘objectverhalen’ volg!
    Met een hartelijke groet, Douwe (de Vries)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s