Rondom het schuttersketen van Zevenbergen

In het prentenkabinet van de Middeleeuwen wordt het schuttersketen van Zevenbergen gepresenteerd in samenhang met prenten die in dezelfde periode door beroemde graveurs zijn gemaakt. Ze zijn gegroepeerd op thema, en laten zien hoe dezelfde thema’s door kunstenaars in een ander medium werden uitgewerkt. Het concept en de uitwerking van het sieraad laat een heel eigen variant zien, en getuigt van de zelfstandige scheppingskracht van de edelsmid.

Sint Joris en de Draak, Albrecht Dürer, ca. 1505-1506 RP-P-OB-1456

Sint Joris en de Draak, Albrecht Dürer, ca. 1505-1506 RP-P-OB-1456

Kijk maar. Dürers weergave van de Heilige Joris omstreeks 1505 staat op het breukvlak van de de gotiek en de renaissance. De ridder heeft het middeleeuwse harnas uitgetrokken, en ook in de suggestie van de beweeglijkheid van man en paard kondigen zich nieuwe opvattingen aan. In de Joris op het schuttersketen is de transformatie voltooid; de ridder draagt nu het kostuum van een Romeins soldaat. Als je alvast alle prenten wilt zien, kun je hier kijken.

Schuttersketen van Zevenbergen, ca. 1530-1546

Schuttersketen van Zevenbergen, ca. 1530-1546

Advertenties

Een pronkstuk uit de hoofse middeleeuwen

Schuttersketen van het Sint Joris gilde van Zevenbergen, ongeïdentificeerd meesterteken, Bergen op Zoom of Breda, ca. 1525-1546, zilver, deels verguld en geëmailleerd, 35 x 38,5 cm, geschenk van een particulier 2014, inv. BK-2014-29

Schuttersketen van het Sint Joris gilde van Zevenbergen, ongeïdentificeerd meesterteken, Bergen op Zoom of Breda, ca. 1525-1546, zilver, deels verguld en geëmailleerd, 35 x 38,5 cm, geschenk van een particulier 2014, inv. BK-2014-29

Door oorlogen en andere ongeregeldheden is vrijwel al het in Nederland gemaakte Middeleeuwse goud en zilver verloren gegaan, met als gevolg dat het nu nauwelijks nog mogelijk is om een idee te geven van de kwaliteit die toen in de Nederlanden mogelijk was. Ieder voorwerp levert weer nieuwe informatie, en verandert zo ons beeld. Dit unieke keten, waarvan door de merken vaststaat dat het in de vroege zestiende eeuw door een Brabantse zilversmid is gerealiseerd, laat niet alleen zien dat sommige edelsmeden hun vak heel goed verstonden, maar ook dat zij goede ontwerpers konden zijn.

De leden van de grote kruisboog te Mechelen, ca. 1497, Antwerpen, Museum van Schone Kunsten.

De leden van de grote kruisboog te Mechelen, ca. 1497, Antwerpen, Museum van Schone Kunsten.

Het keten is gemaakt  voor een schuttersgilde, een soort plaatselijke burgerwacht die in de Middeleeuwen door de heer en het stadsbestuur konden worden ingezet om de orde te handhaven. Net als alle andere gilden onderhielden ze voor de Reformatie een altaar, en bestelden ze altaarstukken. Eén van de mooiste is omstreeks 1497 geschilderd voor de Grote Kruisboog in Mechelen. Centraal staat de patroonheilige van het gilde, Sint Joris de drakendoder, daaromheen de gildeleden, ieder met een insigne op hun kleed. Vooraan knielt de schutterskoning, de winnaar van de jaarlijks gehouden schutterswedstrijd. Om zijn hals draagt hij een schuttersketen.

Als je het geschilderde, vrij eenvoudige keten plaatst naast dat van Zevenbergen, blijkt pas goed hoeveel complexer de laatste is. De eikenbladranken worden bevolkt door wapens, wapenfiguren en dieren, die zonder woorden een heel verhaal vertellen. Direct is duidelijk aan welke instelling het keten toebehoorde, op wiens gezag de schutterij kon optreden, en wat hun hoofdtaken waren. Sint Joris en de draak en het wapen van de heilige geven aan dat het keten toebehoorde aan het Sint Joris gilde, het stadswapen van Zevenbergen en het familiewapen De Glymes van Bergen geven aan onder wiens vlag de schutters van Zevenbergen opereerden. Zelfs de zeven bergen waaraan de stad haar naam ontleende, zijn prominent afgebeeld. Ook het eikenblad en de vogels op hun nesten hebben een specifieke betekenis. De motieven verbeelden respectievelijk Standvastigheid in het Geloof, en Eerbied aan kerk, heer en staat. Belangrijke kernwaarden voor handhavers van de openbare orde en verdedigers van het geloof.

RP-P-OB-9870

Naturalistisch weergegeven plantenranken groeiden vanaf de laatste kwart van de 15de eeuw tot in de late jaren 1520 op vrijwel alle uitingen van de internationale gotiek, maar de manier waarop de doorgaande ranken hier zijn toegepast, komen overeen met ontwerpen voor omlijstingen uit de vroege renaissance. Op dezelfde manier als op het in prent verschenen ontwerp, worden ze hier gebruikt om het ontwerp structuur te geven, en de verschillende daarin opgenomen elementen onder te brengen in één samenhangend concept. De uitwerking van de in het bladerwerk verscholen figuren – Sint Joris en de prinses – weerspiegelen moderne opvattingen. De jurk met vierkante halsuitsnijding en dubbele gepofte mouwen komt ook voor op portretten uit omstreeks 1517- 1525, en de uitmonstering van de heilige Joris als romeins soldaat sluit aan bij composities van verschillende Italiaanse kunstenaars, die op hun beurt zich weer op toen teruggevonden Romeinse ruitersculpturen hebben gebaseerd.

Schuttersketen van Zevenbergen, detail

Schuttersketen van Zevenbergen, detail

Het iconografisch programma en de vormentaal waarin deze is gevat, geven niet alleen aan dat het object speciaal voor deze opdrachtgever is gemaakt, maar ook dat men naar iets heel bijzonders streefde. De ambitie die daaruit spreekt, wordt weerspiegeld in de manier waarop het sieraad is gerealiseerd. Voor de combinatie van open en gesloten onderdelen in verschillende materialen en afwerkingen is een hele staalkaart aan technieken ingezet. In combinatie met de versiering van de niet direct in het zicht liggende randen, waarvoor oplossingen zijn gekozen die vanaf omstreeks 1517 algemeen in alle grote ateliers in de Nederlanden werden toegepast, tonen deze aspecten aan dat het om een aanzienlijk atelier moet zijn gegaan. Dat vermoeden wordt bevestigd door het type keten met de grote stijve schakels, dat over het overkleed werd gedragen en op de schouders van de drager werd vastgezet. Omdat het type omstreeks 1525 tot de hofmode van dat moment behoorde, is aannemelijk dat de zilversmid tot de leveranciers daarvan heeft behoord. Hoe zo’n keten in de praktijk werkte, is te zien op het portret van een Engelse hoveling, sir Henry Guildford (1489-1532), dat Hans Holbein de jongere in 1527 schilderde.

Deze getuigenis van de hoofse middeleeuwen kon dankzij een particulier aan de verzamelingen van het Rijksmuseum worden toegevoegd. Gedurende enkele weken is het sieraad te zien, dus ik zou zeggen:  ga kijken!

NB: wegens groot succes is de presentatie verlengd tot het einde van dit jaar.

Wat doet de conservator in zijn vakantie?

P1020891

Reliekhouder, Hugo d' Oignies, goud, zilver, edelstenen, Oignies, 1238, 50,5 x 35 cm, Namen, Musée provincial des Arts ancien du Namurois

Reliekhouder, Hugo d’ Oignies, goud, zilver, edelstenen, Oignies, 1238, 50,5 x 35 cm, Namen, Musée provincial des Arts ancien du Namurois

Vakanties worden niet alleen gebruikt om bij te komen, maar ook om verschillende andere musea te zien. De afgelopen weken was het thema Middeleeuwen; hoogtepunten van de edelsmeedkunst uit die periode zijn in relatief grote aantallen in België bewaard gebleven. Alleen al het unieke, voor 1240 door Hugo van Oignies vervaardigde ensemble in het Musée provincial des Arts ancien du Namurois was een omweg waard. Virtuositeit in goudfiligrain en niëllo gebruikt de kunstenaar in een samenhangend ontwerp. Als je in- en uitzoomt op de reliekhouder zie je dat zowel de grote lijn als de details door bladranken worden bepaald.

In Luik moet je vooral de schatkamer van de kathedraal niet vergeten, waar één van de grootste deels verguld zilveren borstbeelden worden bewaard die in de vroege zestiende eeuw zijn ontstaan. Het leukste van het tussen 1505 en 1512 door Hans von Reutlingen uit Aken gemaakte beeld is het stripverhaal rond de voet. Gevat in buitengewoon fraai gotisch maaswerk zijn verschillende scènes uit het leven van de heilige weergegeven.

Reliekhouder van Sint Lambertus, goud, zilver, edelstenen, Aken 1508-1512, door Hans van Reutlingen, Museum Kathedraal Luik.

Reliekhouder van Sint Lambertus, goud, zilver, edelstenen, Aken 1508-1512, door Hans van Reutlingen, Museum Kathedraal Luik.

Reliekhouder Lambertus, detail voet

Reliekhouder Lambertus, detail voet

Monstrans, Breda, ca 1520, toegeschreven aan Jan Geldolfs Hoghenzoon, zilver, deels verguld, h. 64 cm, Rijksmuseum BK-1981-2.

Monstrans, Breda, ca 1520, toegeschreven aan Jan Geldolfs Hoghenzoon, zilver, deels verguld, h. 64 cm, Rijksmuseum BK-1981-2.

In het Noorden is veel minder middeleeuws materiaal bewaard gebleven, en ook al weten we dat de kerken ook hier indrukwekkende kerkschatten moeten hebben bezeten, is het zelden mogelijk om nog een indruk te geven van de kwaliteit daarvan. Dat het beeld zoals dat in het Rijksmuseum wordt getoond, aan bijstelling toe is, toont de vergelijking van een Bredase monstrans met een ruim een meter hoog exemplaar dat omstreeks datzelfde moment in Amsterdam voor het Clarissenklooster is gemaakt. Waar de Bredase monstrans statisch is, is alles aan het Amsterdamse voorbeeld in beweging, vanaf de complex geometrische voet tot aan de kantachtige opbouw, waarin gotisch maaswerk met figuren en bladeren worden gecombineerd. Om hem te zien moet je naar Leuven, waar hij vanaf het midden van de zestiende eeuw wordt bewaard.

Monstrans, verguld zilver, h. ca. 115 cm, Amsterdam 1517, Sint Pieterskerk Leuven

Monstrans, verguld zilver, h. ca. 115 cm, Amsterdam 1517, Sint Pieterskerk Leuven

Monstrans detail

Monstrans detail