Oosterse weelde en Franse smaak

strik, goud, geëmailleerd, 148 robijnen en 54 parels, Nederland of Frankrijk, ca. 1650-1675, 7 x 9,5 cm, Rijksmuseum Amsterdam, BK1961-3, geschenk van M.H. Gans, 1961.

Strik, Nederland of Frankrijk, ca. 1650-1675, goud, geëmailleerd, 148 robijnen en 54 parels, 7 x 9,5 cm, Rijksmuseum Amsterdam, BK-1961-3, geschenk van M.H. Gans, 1961.

Niet iedereen zal weten dat de Verenigde Oost-Indische Compagnie in de zeventiende eeuw op een bescheiden schaal edelstenen en parels naar Nederland verhandelde. Vanaf 1659 bezat de onderneming het monopolie op de vindplaats van de mooiste parels, voor de kusten van India en Sri Lanka, en voor een korte periode had men ook directe toegang tot de handel in robijnen, waarvan de mooiste dieprode kwaliteit nog steeds in het huidige Myanmar gevonden wordt. Amsterdam was op dat moment het grootste handelscentrum voor juwelen, en kende ook de grootste concentratie slijpers van diamant en robijn, parelboorders en juweliers die de stenen zetten en het eindresultaat verkochten.
Hoe de stukken er uit zagen, weten we eigenlijk niet precies. Net als elders in Europa behoorden ze in de zeventiende eeuw tot de categorie die ontheven waren van de plicht om te worden getoetst en gemerkt. De bepalingen die in alle Hollandse steden in zeventiende eeuw golden, noemen specifiek met schilderemail versierde sieraden, die werden uitgezonderd omdat ze door het inslaan van de merken zouden kunnen worden beschadigd. Daaruit kun je in ieder geval afleiden dat die categorie in Nederland op dat moment tot de algemene productie moet hebben behoord, al is het op die basis niet mogelijk om een indruk te geven van de kwaliteit.

Als voorbeeld is op de tentoonstelling Asia>Amsterdam een juwelen strik te zien, met de edelstenen die op dat moment in Amsterdam algemeen verkrijgbaar moeten zijn geweest. Bijna al het goud is onzichtbaar, doordat de omlijstingen zijn opgebouwd uit zwart en wit gestreept email. De achterzijde is een verrassing, die is volledig met bloemen in natuurlijke kleuren geëmailleerd. De motieven en de samenstelling is in dit geval niet door de goudsmid zelf bedacht en ontwikkeld. Hij gebruikte daarvoor speciaal voor zijn beroepsgroep ontwikkelde ornamentprenten, die omstreeks 1663 door Gilles Legaré in Parijs waren uitgebracht.

Gilis Legaré, ontwerp voor een galant de corsage, Parijs, 1663, RP-P-1956-436-2

Gilis Legaré, ontwerp voor een galant de corsage, Parijs, 1663, RP-P-1956-436-2

Hoe dergelijke stukken werden gedragen, is ook een klein raadsel. Heel af en toe zijn op portretten juwelen afgebeeld, waarvan we zeker weten dat ze ook echt hebben bestaan. Jacoba Bicker, die vlak na haar huwelijk in 1662 met de Amsterdamse burgermeesterzoon Pieter de Graeff werd geportretteerd, draagt vergelijkbare strikken bezet met diamant in haar haar. Volgens de rekeningen was dit paar met 322 gulden aan werkloon, goud en stenen kostbaar, maar lang niet zo duur als de ring met een solitaire diamant, die De Graeff haar voor haar ondertrouw had geschonken. Daarvoor had hij 1500 gulden betaald, bijna 6 modale jaarlonen in de zeventiende eeuw.

Caspar Netscher, portret van Jacoba Bicker, 1663, Rijksmuseum, SK-A-3978, detail.

Caspar Netscher, portret van Jacoba Bicker, 1663, Rijksmuseum, SK-A-3978, detail.

Advertenties

Oosterse inspiratie voor Zwolse zilversmeden

Eusebius Willem Voet, theebus, Zwolle, ca. 1700, hout, schildpad en zilver, 11,8 x diam. 8,7 cm, gesigneerd in het deksel E.W. Voet fec, BK-1959-21.

Eusebius Willem Voet, theebus, Zwolle, ca. 1700, hout, schildpad en zilver, 11,8 x diam. 8,7 cm, gesigneerd in het deksel E.W. Voet fec, BK-1959-21.

Deze theebus is één van de zeldzame voorbeelden van een Nederlandse chinoiserie in zilver, een oorspronkelijk Europese stroming op basis van Oosterse voorbeelden. De combinatie van het doorschijnende schildpad en het glanzende zilver herinnert aan met paarlemoer ingelegd lakwerk, dat in het laatste kwart van de zeventiende eeuw in verschillende Europese centra werd bewonderd en nagevolgd; de exotisch aandoende planten en de mensen met hun puntige hoofddeksels en wapperende gewaden doen in de verte denken aan Aziaten, maar zijn in werkelijkheid volledig aan de fantasie van de makers ontsproten.

De bus maakt deel uit van een kleine groep met zilver ingelegd schildpad versierde voorwerpen die door Hendrik (1654-1737) en zijn jongere broer Eusebius Willem Voet (1660-1719) zijn gemaakt. Beiden stonden ingeschreven in het Zwolse zilversmidsgilde en beschikten over een meesterteken. In het geval van de bussen hebben zij ervoor gekozen om de merken achterwege te laten, en ze in plaats daarvan te voorzien van hun signatuur. Kennelijk beschouwden ze deze als zelfstandige kunstwerken, en het is dan ook aannemelijk dat zij de voorstellingen zelf hebben ontwikkeld. Zeker Hendrik moet een meer dan gemiddeld begaafd tekenaar zijn geweest. Volgens Johan van Gool (1685-1763) had zijn jongere broer, de schilder Carel Borchart Voet (1671-1744/5), van hem zijn eerste tekenlessen gekregen.

Waarschijnlijk waren de busjes bedoeld voor de verzamelaarsmarkt. Verschillende leden van de familie Voet behoorden tot de bestuurlijke elite van de stad Zwolle en bezaten collecties naturalia, met name planten, bloemen en schelpen uit Azië en het Caraïbisch gebied. Schelpen, slagtanden en schildpadschilden die door kunstenaarshand een transformatie hadden ondergaan, vormden een vast element van dergelijke verzamelingen. Zo bezat de Haarlemse burgemeester Cornelis Ascianus van Sypestein (1694-1744) kasten met series schelpen, maar ook bijna tweehonderd voorwerpen van vooral tropische materialen. Uitzonderlijk zijn voorwerpen waarvan ook de voorstellingen naar exotische werelden verwijzen; in die categorie bezat Van Sypestein er slechts één: een ‘schildpadde snuyfdoos, aan twee zijde opengaande, met zilver gewerkte rand en chinese beeldjes ingelegd’.

Hendrik Voet, theebus, Zwolle, ca. 1700, hout, schildpad en zilver, 13,4 x 8,7 x 6 cm, gesigneerd op de voorzijde H.Voet en op de zijde HV in monogram, BK-1970-3

Hendrik Voet, theebus, Zwolle, ca. 1700, hout, schildpad en zilver, 13,4 x 8,7 x 6 cm, gesigneerd op de voorzijde H.Voet en op de zijde HV in monogram, BK-1970-3