Kwabcartouches in zilver en op papier

RP-P-1885-A-9216Omdat voorwerpen van kunstnijverheid zelden of nooit zijn gemerkt, en het dus niet eenvoudig is om de plaats en het moment van ontstaan te achterhalen, worden ornamentprenten gewoonlijk als houvast gebruikt. De achterliggende gedachte is dat het voorwerp bijna altijd later is dan de prent, met andere woorden dat het voorwerp pas kan zijn ontstaan als het ontwerp in prent verschenen is. Alleen bij zilveren voorwerpen kan deze aanname worden gecontroleerd. Merken geven immers bijna altijd exact aan wanneer en waar een voorwerp is gemaakt.

 

Dat de op zichzelf logische stelling hierboven op gespannen voet kan staan met de werkelijkheid, blijkt als je de prenten vergelijkt met de zilveren kunstwerken zelf. In het midden van de zeventiende eeuw ontwierp de beroemde Amsterdamse zilversmid-ontwerper Johannes Lutma (ca. 1585-1669) verschillende reeksen kwabcartouches, die door zijn zoon Jacob (1630-1654) werden gegraveerd, gedrukt en verkocht. De reeksen bieden verschillende mogelijkheden in opbouw en complexiteit. Op het titelblad van de eerste serie worden de gebruikers gespecificeerd: de reeksen waren bedoeld als inspiratiebron voor edelsmeden, beeldhouwers, steenhouwers en timmermannen.

RP-P-1885-A-9226 RP-P-1885-A-9223RP-P-1885-A-9219

Dat het verkeerd is om de midden zeventiende-eeuwse prenten als vast aanknopingspunt te hanteren, blijkt overduidelijk als je ze naast Lutma’s cartouches in zilver zet. De gietpenning voor de Amsterdamse Schouwburg uit 1643 laat zien hoe het concept werkt. De kwabmotieven omlijsten twee velden, die aan de ene kant plaats bieden aan het gekroonde wapen van de stad Amsterdam en de naam van de eigenaar, en aan de andere kant ruimte bieden voor het symbool en de naam van de schouwburg.

Opnamedatum: 2011-10-03

Schouwburgpenning, zilver, 4,5 x 3,6 cm, Amsterdam, model 1643, uitvoering 1645, door Johannes Lutma, Rijksmuseum, NG-VG-1-753

Groter en dus ook complexer zijn de begrafenisschilden van het Korenmetersgilde uit 1633. De monstermaskers en de brede lappen vormen hier drie velden. De kleinste worden ingenomen door het gekroonde stadswapen en de korenmaat, het symbool van het gilde. De grote vlakken bevatten verhalende scènes, die omdat ze gespiegeld zijn, benadrukken dat het om pendanten gaat. De kwabmotieven worden niet uitsluitend gebruikt als kader, maar benadrukken ook de betekenis. De achter de randen gestoken strijkstokken en scheppen werden door de korenmeters in samenhang met de korenmaat gebruikt. Voor alle duidelijkheid vormen de banden daaronder de naam van het gilde.

BK-NM-10556-A

Begrafenisschild van het Korenmetersgilde, 38,3 x 23,9 cm, zilver, Amsterdam 1633, door Johannes Lutma, BK-NM-10556-A, Rijksmuseum, geschenk van Daniël Franken Dzn, le Vésinet, 1896.

 

De begrafenisschilden uit 1633 zijn het vroegst bekende werk van Lutma in zilver, en geven direct aan dat de ontwerpmethode die twee decennia later via prenten wordt verspreid, toen al volledig uitgekristalliseerd was. De in zilver uitgevoerde voorbeelden laten ook zien dat de ontwerpen van Lutma wezenlijk anders zijn dan die van Adam van Vianen. In plaats van de verschillende betekenislagen van Van Vianen die door de beschouwer aandachtig moeten worden onderzocht, kan de kijker de inventies van Lutma in één oogopslag doorgronden. Daarin sluiten de scheppingen van Lutma aan bij de wereld van het barokke classicisme, die in Nederland en ook daarbuiten toen toonaangevend  was.BK-NM-10556-A BK-NM-10556-B

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s