In blijde verwachting

bk-17117

Drinkschaal in de vorm van een schip, het slijpwerk Milaan 1550-1575, de monturen ca. 1600 en ca. 1880, bergkristal, goud en email, 18,7 × 27,1 × 23,9 cm, afkomstig uit de schatkamer in Dresden, Rijksmuseum, inv. BK-17117.

Wie vroeger het recht had om als eerste het gezelschap uit te nodigen tot het drinken van een erebeker, wat de toast mocht zijn en uit welke beker er werd gedronken, was in de internationale hofcultuur precies vastgelegd. Vooraf aan de maaltijd die ter gelegenheid van de kroning van keizer Karel van Oostenrijk tot koning van Bohemen in 1723 in Praag werd gegeven, werd negen keer geproost. De belangrijkste als laatste: na op de gezondheid van de keizer en de keizerin gedronken te hebben, leegden de 144 heren nog één keer het glas op de toekomst. Op Hänsel-im-Keller, het nog ongeboren keizerlijk kind. Voor alle ‘gezondheden’ werd een speciaal daarvoor uit de Weense schatkamer meegebrachte bergkristallen drinkschaal gebruikt, die dus in totaal 1296 keer met de beste Tokay werd gevuld. En toen moesten de heren nog aan tafel…

In de Republiek was drinken op Hansje in de Kelder heel gewoon, zoals blijkt uit één van de gedichten van de secretaris van het Oranje-hof, Constantijn Huygens (1597-1687). In Cluys-werck nam hij afstand van de overvloedige drinkcultuur van zijn tijd, en beschreef hij het drinken op Hansje in de kelder als één van de vele excuses van de dronkenman. Speciale voorwerpen voor speciale gelegenheden noemt Huygens niet, maar uit achttiende-eeuwse woordenboeken en encyclopedieën is bekend dat met een Hansje in de Kelder ook een type zilveren drinkschaal kon worden bedoeld. In het midden van de schaal is een gesloten bol aangebracht waaronder een kindje op een vlotter is verborgen. Als je de schaal vult met wijn, opent de bol zich en komt het kindje te voorschijn. Hoe dat werkt? Kijk maar hier.

bk-nm-13029

Hansje in de Kelder, Groningen 1669-1670, toegeschreven aan Focke Raerda, zilver, deels verguld, h.22,5 cm x diam. 14,4 cm, Rijksmuseum, bruikleen van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, inv. BK-NM-13029 (KOG-1679).

In het Rijksmuseum zijn er verschillende, waarvan de mooiste omstreeks 1670 in Groningen is gemaakt. Het abstracte, uit kwabmotieven en maskers samengestelde patroon waarmee de voet en de binnenkant van de schaal zijn versierd, behoort tot het voor luxueuze voorwerpen gewone repertoire en ook de combinatie in zilver en verguld was toen modern. ‘Bont zilver’ wordt in verschillende inventarissen als aparte categorie genoemd. Deze versie is ook bijzonder omdat op het klepje een ridder is geplaatst. Hij dient als tegenwicht: het kindje daaronder wordt alleen zichtbaar als je het figuurtje weghaalt. Uit alles blijkt dus dat dit een speciale opdracht is geweest; jammer genoeg weten we nog niet voor wie de kelk is gemaakt omdat de wapens op de voet nog niet zijn geïdentificeerd.

bk-nm-13029-2

Van een heel ander kaliber is een exemplaar dat voor het eerst in 1774 werd beschreven en afgebeeld door de Leidse arts Johannes Le Francq van Berkhey (1729-1812). Onder de afbeelding staat een gedicht dat hij in 1770 componeerde voor de secretaris van de Heerlijkheid Warmond: Dit Hansje was in Boons geslacht/tweehonderd jaren hoog geacht/de stamtelg nu ruim tien keer zeven/mogt nog den blyden dag beleven/dat hy uit Egâs vrugtbren schoot/een lieven teedren spruit genoot/men dronk vooraf hem/frisch en helder/geluk met Hansken in de kelder’. Het model met gelobde kelk en voet is vanaf het tweede kwart van de zeventiende eeuw in heel veel verschillende Hollandse steden toegepast, als Hansje in de Kelder, maar ook als gewone drinkschaal zonder bol en uitstulping aan de onderkant. Waar en door wie dit voorbeeld is gemaakt weten we niet precies omdat alleen het meesterteken, een drinkschaal in schild, nu nog duidelijk te onderscheiden is. Omdat dit voorwerp al in 1824 wordt beschreven in de eerste uitgebreide catalogus van het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden, moet het één van de eerste aanwinsten van het Rijksmuseum zijn geweest.

rp-p-ob-84-109

Hansje-in-de-kelder, ca. 1770, ets en boekdruk, 368 × 226 mm, Rijksmuseum, inv. RP-P-OB-84.109.

bk-nm-591

Hansje in de Kelder, Nederland ca. 1600-1650, zilver, deels verguld, 14,5 × 10 cm, Rijksmuseum, aankoop voor 1824, inv. BK-NM-591.

Het feit dat drinkschalen van dit model in relatief grote aantallen en uit verschillende steden bewaard gebleven zijn, doet vermoeden dat ze voor een breder publiek waren bestemd. De voorouders van Boon woonden en werkten tenminste sinds de vroege zeventiende eeuw in Warmond, en waren er schippers en verkopers van bier. Cornelis Boon (1697-1776) was daarnaast secretaris van de Heerlijkheid, en behoorde dus tot de bestuurlijke plattelandselite. De zwangerschap van diens tweede echtgenote Jannetje Nieuwerkerk (1736-1816) was een verrassing. De op 18 november 1770 gedoopte Maartje bleef zijn enige kind.

Samen laten de verschillende verhalen duidelijk zien dat een geschiedenis van de drinkcultuur veel complexer is dan je misschien op het eerste gezicht zou denken. De toast ‘Hansje in de Kelder’ en daarmee het gebruik om op de gezondheid van het ongeboren kind te drinken, bestaat in verschillende talen en was dus algemeen verspreid. Je kunt dus niet zeggen dat het hier om een specifiek burgerlijk Hollands verschijnsel ging. Wel typisch Nederlands is dat zilveren drinkschalen van dit type zowel in luxueuze als in eenvoudige uitvoeringen bestaan. Vooral daaruit spreekt onverkort de rijkdom van de gewone Hollandse burgerij.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s