De liefde en de eeuwigheid

KK_1128_1

Kan, verguld zilver, h. 63 cm, Neurenberg, door Christoph Jamnitzer, ca. 1601-voor 1607, Wien, Kunsthistorisches Museum, Kunstkammer, inv.nr. 1128.

 

KK_1104_8502.tif

Schaal, verguld zilver, 7 x 64,5 x 52,3 cm, Neurenberg, door Christoph Jamnitzer, ca. 1601-voor 1607, Wien, Kunsthistorisches Museum, Kunstkammer, inv.nr. 1104.

Al in een eerder blog heb ik iets verteld over de beroemdste Nederlandse zilversmid aller tijden, Paulus van Vianen (ca. 1570-1613). Vandaag wil ik laten zien onder welke bijzondere omstandigheden zijn kunst kon ontstaan. Kunstkamers bestonden al lang, maar die in Praag kende een eigen accent. Voor het eerst werden zilveren voorwerpen toegevoegd die niet met edelstenen en email waren verrijkt. De keizer koos voor zelfstandige kunstwerken in zilver, zoals het Trionfi-ensemble dat voor 1607 door de Neurenbergse goudsmid Christoph Jamnitzer (1563-1618) werd geleverd. Om de kunstwerken van Paulus van Vianen te begrijpen, moet je weten dat deze behoorden tot die nieuwe categorie, die zich onderscheidde door oorspronkelijkheid in vorm, versiering en beeldtaal, en door een uitzonderlijke virtuositeit in de uitvoering.

BK-16089-B (3)

Kan en schaal, zilver, de kan 33 × 15  × 8 cm, de schaal 6 × 50 × 40 cm, Praag, 1613, door Paulus van Vianen, Rijksmuseum, inv. BK-16089.

Op verschillende manieren is die nieuwe status aan Paulus’ kan en schaal in het Rijksmuseum af te lezen. Net zo min als de schepping van Christoph Jamnitzer kunnen ze worden gebruikt; het is niet mogelijk om de kan uit te schenken en evenmin is het bekken geschikt om het vuile water op te vangen. Dat het ook geen gewone pronkstukken zijn, maar kunstwerken die uitsluitend zijn bedoeld om door hun creativiteit en virtuositeit te verwonderen en te verbazen, blijkt als je probeert te doorgronden wat precies wordt verteld. Als je alles hebt overwogen, ontvouwt zich een verhaal vol dubbele bodems en onverwachte vergezichten. Jamnitzer doet dat in zijn Trionfi-ensemble ook; hij bezingt in het bekken Amor en in de kan Aeternitas door verschillende gedichten van de Italiaanse renaissance-dichter Petrarca te verbeelden.

BK-16089-A (2)

Op zaal vertellen we het verhaal op de schaal, dat van de onfortuinlijke prins Actaon die niets vermoedend op jacht is gegaan. Onderweg blundert hij tegen een grot aan, en stuit daar op de godin Diana die net met haar nimfen een bad neemt. Omdat Actaon zich daardoor schuldig heeft gemaakt aan heiligschennis, wordt hij in een hert veranderd. Op de voorkant van de schaal is de verandering net begonnen, de achterkant toont zijn droevig einde. Onherkenbaar voor zijn eigen jachtgezelschap, wordt Actaon genadeloos door zijn eigen knechten en honden verscheurd. Een gewone man die zich waagt in een vrouwenwereld en raakt aan hun eer, ook al is het per ongeluk, kan niet ontkomen aan de wraak van de godin. Hij sterft een oneervolle dood, want pas dan is – zoals Ovidius het vertelt – de wrok van Diana gesmoord.Vianen achterkant (2)

Maar wat nu als een vrouw de vijand onbedoeld binnenhaalt? Onder het gevolg van Diana bevond zich een prinses, Callisto, die het ongeluk had om de aandacht te trekken van de oppergod Jupiter. Op de voorkant van de kan is te zien hoe Jupiter, vermomd als Diana, de nimf verkrachtte. Ook hier toonde de godin zich onverbiddelijk; zij verstootte de inmiddels zwangere Callisto uit haar gevolg, en tot overmaat van ramp werd de prinses door een andere godin ook nog in een levensgrote beer omgetoverd. De ellende lijkt compleet als zij 15 jaar later oog in oog komt te staan met haar eigen zoon; hij is op berenjacht…. Die confrontatie is afgebeeld op de achterkant van de kan, en wie het verhaal kent, kan het in gedachten zelf aanvullen. Anders dan Actaon, sterft Callisto uiteindelijk geen oneervolle dood. Zij verwerft de onsterfelijkheid; de goden plaatsen haar als het sterrenbeeld Grote Beer aan het firmament.BK-16089-B - kopie (3)

Net als Jamnitzer verbeeldt Van Vianen hier dus het strijdperk van de liefde en het zicht op de eeuwigheid, maar is wel een belangrijk verschil. Paulus neemt de literatuur uit de oudheid zelf als uitgangspunt, en concentreert zich op enkele specifieke scènes. Aanleiding en ultieme straf worden op beide voorwerpen verbeeld, en de uit botten en andere beenderstructuren samengestelde omlijstingen onderstrepen nog eens het onvermijdelijke lot van degenen die bezwijken. Maar dan wel met een belangrijk verschil: degene die de vrouw in haar eer aantast, de voyeur Actaon, wordt genadeloos afgestraft; het slachtoffer Callisto uiteindelijk met de onsterfelijkheid beloond.

Advertenties

Jewellery Matters

BK-NM-7459

Hanger in de vorm van een haan, goud, gedeeltelijk geëmailleerd, parel, diamant en robijn, 7,5 x 4,5 cm, Duitsland, ca. 1600-1625, Rijksmuseum, schenking van Koning Willem I aan het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden, 1814, BK-NM-7459.

Tien jaar geleden wisten maar heel weinig mensen dat het Rijksmuseum ook een interessante verzameling juwelen bezat. Natuurlijk, in de overzichtsboeken werd wel aandacht besteed aan de creaties uit de Renaissance en het Art Nouveau, maar omdat maar een klein deel van de verzameling voor de sluiting van het museum in 2003 tentoon werd gesteld, en bovendien over verschillende zalen was verdeeld, keek je er makkelijk over heen. De verzameling, waarvan de eerste delen al in de vroege negentiende eeuw binnen waren gekomen, sliep voor een belangrijk deel in een warm bedje, de lange droomloze slaap van het depot.Marjan

In 2009 kwam Marjan Unger naar het museum met de vraag of er in het Rijksmuseum mogelijkheden waren om haar verzameling voor de toekomst te bewaren. Ik was daar direct enthousiast over. De verzameling van Marjan is bijzonder omdat deze is verzameld om inzicht te krijgen in een aspect van de Nederlandse kunstgeschiedenis waar nauwelijks iets over geschreven is (en wat dus in de Collectie Nederland grotendeels ontbreekt), en Marjan had de verzameling ook gepubliceerd. Op basis daarvan had zij de eerste brede beschouwing geschreven over het sieraad, Het Nederlandse sieraad in de 20ste eeuw. Juist het Rijksmuseum was daarvoor de beste plek, omdat die collectie ook vanuit verschillende perspectieven is samengesteld. Ruwweg zijn er drie categorieën; kunsthistorische hoogtepunten, waarbij het ontwerp voorop staat; cultuurhistorische hoogtepunten, die samen een beeld geven van de voornaamste trends; en tot slot historische hoogtepunten, die nauw met belangrijke personen verbonden zijn. In de afgelopen jaren heb ik daar op verschillende momenten iets over verteld. Alle verhaaltjes vindt je onder het trefwoord juwelen in het keuzemenu.

rijksmuseum_amsterdam_11

Broche à double usage, goud, maansteen en diamant, 6 x 3,2 cm, Den Haag, ca. 1935, door Walter Röhrig (geb. Den Haag 1891-), Rijksmuseum, Collectie Marjan en Gerard Unger, 2010, inv. BK-2010-2-174.

Met de ruim 500 juwelen en sieraden die in 2010 in één keer konden worden toegevoegd, werd de verzameling bijna twee keer zo groot en werd ook een nieuw terrein betreden, de twintigste eeuw. De toevoeging vormde het uitgangspunt voor de nieuwe opstelling die ik in 2013 voor de juwelen en sieraden heb ontwikkeld, een chronologische ontwikkeling van het juweel in de Special Collections. Verschillende schenkers volgden het voorbeeld van Marjan, en er werd ook een speciaal Juwelenfonds gesticht. Al deze initiatieven samen zorgden ervoor dat de verzameling langzaam tot leven kwam; ze groeide en groeit gestadig door. Daardoor kan het Rijksmuseum uiteindelijk een uniek beeld tonen van de geschiedenis van het Nederlandse sieraad in Europese context vanaf de vroege Middeleeuwen tot aan onze eigen tijd.

Tiffany Gallery

De Tiffany Foundation Jewellery Gallery in het Rijksmuseum

Wat de meeste mensen niet zullen beseffen, is dat de belangrijkste kosten voor zoiets niet zitten in het verwerven van collectie, maar in datgene wat je uiteindelijk met die verzameling wilt doen. Omdat een belangrijk deel al heel lang niet te zien was geweest, en de voorwerpen dus onder eeuwen stof en vuil schuilgingen, konden ze niet zomaar worden gepresenteerd. Daarvoor werden speciaal twee restauratoren aangenomen, Ellen van Bork en Tamar Davidowitz. Zij gebruikten de gelegenheid om materiaal-technisch onderzoek te doen naar de juwelen, zodat een beter beeld ontstond van de geschiedenis van ieder object. Mijn wens om de voorwerpen zwevend te tonen, impliceerde tot slot dat voor ieder object een unieke steun moest worden gemaakt, een opdracht die door Raf Snippe prachtig is uitgevoerd.

rijksmuseum_amsterdam_15

Parure, bestaande in een collier, twee oorbellen, twee armbanden, een broche en twee spelden, goud, gouddraad en Oeral-amethist, Amsterdam, 1824-1829, door Jean Baptiste Bonnard, Rijksmuseum, Legaat J.G. de Groot – Jamin, 1921, BK-NM-12886.

De presentatie was dus in orde, maar er ontbrak nog een essentieel element. Om aan de buitenwereld te laten weten dat de verzameling er was, en ervoor te zorgen dat deze een rol kon gaan spelen in het internationale debat was een algemene publicatie voor een breed publiek nodig. Marjan en ik kwamen uit op een juwelenboek, waarin zij haar ideeën over het sieraad verder kon uitwerken. Door voorbeelden uit de collectie van het Rijksmuseum te gebruiken, zou tegelijkertijd een belangrijk deel van de verzameling met de juiste basisgegevens kunnen worden gepubliceerd. Voor de enorme hoeveelheden werk die daarvoor binnen de muren van het Rijksmuseum diende te worden verzet, werd de afdeling in 2015 versterkt door de junior conservator en restaurator juwelen, Suzanne van Leeuwen. Het eindresultaat ligt nu voor me, en het is precies geworden wat ik had gehoopt. Een vlot geschreven oorspronkelijk verhaal met onverwachte combinaties, dat voor het eerst uitgebreid gebruik maakt van de reikwijdte van de verzamelingen van het Rijksmuseum. Het kost 39,95 en bestellen kan hier:

foto01

Daarmee is het verhaal natuurlijk niet klaar. We staan niet aan het eindpunt van een ontwikkeling, maar aan het begin daarvan. De oplettende lezer van dit blog zal inmiddels met heel andere vragen zitten. Ik hoor jullie al hardop rekenen: zoveel nieuwe mensen en een op maat gemaakte presentatie voor honderden voorwerpen; waar doet het Rijksmuseum dat allemaal van? Misschien dat mensen denken dat het geld in het Rijksmuseum tegen de plinten klotst, en dus alles mogelijk is, maar dat valt in de werkelijkheid nogal tegen. Het antwoord op het Oud-Vaderlandsche refrein: “wie zal dat betalen?” is dat achter de schermen een heel leger particulieren en fondsen actief is geweest. Bij het bereiken van een nieuwe mijlpaal wil ik hen daarom bedanken. Speciaal onze grootste sponsor, de Tiffany Foundation in New York, wiens naam de Jewellery Gallery terecht draagt. Therefore, in English: at the reach of a new milestone: Thanks to the Tiffany Foundation, for its trust and the continuation of support in building an unique jewellery collection in the National Museum of The Netherlands.

image001

Marjan Unger ontvangt het eerste exemplaar van Jewellery Matters (foto Rebecca Roskam)