Sets voor iedere dag


Portret van Rudolphina Wilhelmina Elizabeth Bosch-de Sturler en Richard Leeuwenhart Bosch, olieverf op doek, met lijst 87 × 70 × 12.5cm, Rijksmuseum, inv.nr. SK-A-2167

Eén van de leukste portretten in de verzameling van het Rijksmuseum is het handzame portret van Rudolphina Wilhelmina Elizabeth de Sturler (1798-1873) en haar zoon. Zo op het eerste gezicht lijkt het een informeel gezinsportret, maar haar kleding en juwelen laten zien dat ze juist in volle statie is geportretteerd. In de literatuur wordt dit portret vaak aangehaald omdat het één van de vroegste voorbeelden is waarop een gouddraad parure wordt gedragen. Een parure is een serie bij elkaar passende juwelen, waarvan er verschillende in de verzameling van het Rijksmuseum worden bewaard. De sets van het museum zijn in Amsterdam gemaakt, die met amethist in 1824-1829 en de andere in 1824-1838.


Parure, bestaande uit: een collier, twee armbanden, twee oorhangers, twee spelden en een broche, goud en amethyst, Amsterdam 1824-1838, door Jean Baptiste Bonnard, Rijksmuseum, legaat van mevrouw J.G. Groot Jamin, 1921, inv.nr. 128886

De op het portret weergegeven sieraden zijn heel vergelijkbaar, ook al zijn er ook belangrijke verschillen. Wat de stukken vooral met die in het museum verbindt, is de prominente rol van het gouddraad. Met relatief weinig materiaal wordt hier een groot volume bereikt, met als toppunt de grootschalige rozetten op de oorhangers, de broche en het collier. Anders dan op de exemplaren in het museum wordt het gouddraad hier niet met goedkope kleurstenen, maar met glinsterende diamanten gecombineerd. Ik vraag me dan af waarom Rudolphina Wilhelmina Elizabeth juist met deze sieraden werd geportretteerd. Wilde ze worden herinnerd als een moderne vrouw van de wereld, of was er juist iets heel anders aan de hand? Wat was de status van dit soort juwelen, en waarom kunnen bewaard gebleven voorbeelden zo zelden met geschilderde worden verbonden?


Parure, bestaande uit: een collier, een hanger, twee armbanden, twee oorhangers, een broche, twee spelden en twee manchetknopen, goud, Amsterdam 1824-1838, door de firma Ploem & Colsoel en door J.L. Holtzapfel, Rijksmuseum, BK-1974-78.

Iets van een antwoord geeft een Utrechtse familie, waar ik lang geleden onderzoek naar heb gedaan. Van de familie Martens van Sevenhoven is naar verhouding heel veel bronnenmateriaal bewaard gebleven, en zeker als je de verschillende gegevens met elkaar combineert valt een patroon te onderscheiden. Jacob Constantijn Martens van Sevenhoven (1793-1861) en zijn vrouw Susanna Jacoba Maria Martens (1799-1860) behoorden tot de rijkste inwoners van de stad Utrecht, en gebruikten hun huis aan het Janskerkhof als een decor voor recepties en ontvangsten. Toen zij in 1860 overleed, werden de inhoud van haar kledingkast en haar juwelenkist precies beschreven; het geheel werd op ruim 2300 gulden geschat, iets meer dan de helft daarvan haar juwelen.

De inventaris maakt het mogelijk om in haar juwelenkist te kijken; ze bezat maar liefst vijf sets die als parures werden omschreven. De sets hadden verschillende kleuren, witte parels, blauwe kleurstenen, rode granaat, maar ook alleen goud of zilverkleurig staal; Susanna Jacoba kon dus kiezen en haar juwelen aanpassen aan de kleding die zij op dat moment droeg. Geen van deze sets was uitzonderlijk kostbaar; het duurste was de gouden serie met blauwe kleurstenen die op 70 gulden werd geschat, het goedkoopste de stalen set van zes gulden. Daarnaast bezat Susanna Jacoba verschillende losse onderdelen, een serie juwelen met cameeën en een reeks met parels en diamant. Deze voorwerpen waren niet als set gemaakt, maar konden wel bij elkaar worden gedragen. Het parelcollier met juwelen slot (100 gulden) en de oorhangers met parels en diamant (100 gulden) waren het kostbaarst.


Portret van Susanna Jacoba Maria Martens, olieverf op doek, 70.3 x 59,5 cm, gesigneerd J.L. Jonxis ca. 1835, Centraal Museum Utrecht, legaat 1972.

Als je de inhoud van de juwelenkist kent, kijk je ook op een andere manier naar haar portret. Ze zit er misschien wel heel informeel bij, maar de kleding die zij draagt geeft aan dat ook zij zich in volle statie met haar kostbaarste stukken liet portretteren; een parelcollier met slot naar voren om haar hals en een tweede streng in haar haar, en de oorhangers met parels in haar oren. In combinatie bieden de portretten een indicatie voor de conventies waaraan deze toen moesten voldoen; net als haar leeftijdsgenoot, mevrouw Bosch-De Sturler, koos Susanna Jacoba voor de duurste stukken die zij bezat.

Voor de geschiedenis van het sieraad is dit belangrijke informatie. Omdat portretten aan conventies zijn gebonden, kun je ze niet zondermeer gebruiken als bouwstenen voor een geschiedenis van het sieraad. Als alleen de kostbaarste stukken worden afgebeeld, mis je de sets die wij nu kennen. Kennelijk werden deze in de tijd zelf op een heel andere manier gewaardeerd. In de eerste helft van de negentiende eeuw ontstonden verschillende momenten waarop sieraden werden gedragen, en dat zie je direct in de samenstelling van het juwelenbezit van mevrouw Martens-Martens terug. Net als de stukken in het Rijksmuseum behoorden ook haar parures tot het modieuze middensegment, niet tot de paradepaardjes van de hofcultuur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s