Juwelen centraal

Eén van de aspecten van de verzamelingen van het Rijksmuseum is dat de aandacht zich concentreert op de kunstwerken zelf, en veel minder op het maakproces. Het gevolg daarvan is dat je in de presentaties niet kunt zien hoe de voorwerpen werden gemaakt, en evenmin welke gereedschappen daarvoor nodig waren. In kunstnijverheid gespecialiseerde musea als DIVA in Antwerpen en het Zilvermuseum in Schoonhoven verzamelen wel getuigen van het maakproces, en kunnen dat dus veel beter.
Voordat voorwerpen in productie werden genomen, werden net als voor schilderijen voorstudies en tekeningen gemaakt, en voor heel bijzondere driedimensionale modellen. Dankzij het Decorative Art Fund konden vanaf 2013 tekeningen worden aangekocht, met als idee dat daarmee het creatief proces in beeld kon worden gebracht. Ontwerpen voor juwelen en sieraden zijn op dit moment op verschillende plekken in het museum te zien, telkens gecombineerd met enkele juwelen en sieraden. Het is een voorproefje op het juwelensymposium dat door de samensteller, junior conservator Suzanne van Leeuwen, in november wordt georganiseerd.

RP-T-2014-19

Ontwerp voor een plaque voor een collier de chien, 280 × 221 mm, Parijs, ca. 1901-1903, Rijksmuseum, toegeschreven aan René Lalique, Aankoop met steun van Chris van Otterloo en het Decorative Art Fund/Rijksmuseum Fonds, inv. RP-T-2014-19

 

 

Nu tekeningen, prenten en juwelen met elkaar worden gecombineerd, wordt duidelijk dat je vragen moet stellen bij de precieze functie van deze kunstwerken op papier. Het meeste weten we over de negentiende eeuw, toen de hervormers in de kunstnijverheid op het standpunt stonden dat aan ieder voorwerp een getekend ontwerp ten grondslag moest liggen. Eerste ideeën werden in schetsen verkend, conclusies uitgewerkt in presentatietekeningen, en vervolgens omgewerkt tot technische tekeningen om het stuk ook te kunnen maken. De laatste -een soort bouwtekening- is onmisbaar bij voorwerpen uit kostbare materialen omdat verschillende specialisten bij de realisatie daarvan betrokken waren. De tekening diende als ijkpunt en communicatiemiddel.
Een voorbeeld daarvan is een tekening van René Lalique, waarschijnlijk een plaque voor een collier de chien op ware grootte. Vergelijking van dit object met nog bekende gerealiseerde varianten laat zien dat het ontwerp door verschillende specialisten werd uitgevoerd. Het raamwerk en het lijnenspel waaruit de abstracte, aan bladeren herinnerende motieven zijn samengesteld, werden door de edelsmid uitgevoerd in metaal. De kleuren door de emailleurs vertaald in een combinatie van doorschijnend en ondoorschijnend glas. De bessen van de maretakken werden tot slot verbeeld door parels, die door de juweliers werden toegevoegd.

 

1900.449-1

Collier de chien, parels, goud en email, het middenstuk ontworpen en gesigneerd door René Lalique, Hamburg, Museum für Kunst und Gewerbe, verworven op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900.

 

Dat in een atelier ook hele andere opdrachten werden vergeven, en het creatief proces dus ook veel minder lineair verliep, blijkt uit enkele schetsbladen van de Franse ontwerper Henri Cameré (1830-1894). In het derde kwart van de negentiende eeuw werkte hij onder andere voor het juwelen- en zilverhuis Froment-Meurice in Parijs. Een blad dat op het eerste oog verschillende voorwerpen laat zien die weinig met elkaar te maken lijken te hebben, blijkt – als je de teksten leest – een voorstudie voor een serie hoedenspelden. De bollen geven de vorm van de knop weer, de ronde tekeningetjes details van hetzelfde object in verschillende variaties. De teksten verwijzen naar een serie modellen voor knopen, waaruit volgt dat niet alle varianten in de tekening waren uitgewerkt. Kennelijk ging het in dit geval dus ook niet zozeer om een eigen idee van Cameré, maar om een omwerking van een door een ander ontwikkelde serie. Het juweliershuis had een reeks hoedenspelden voor ogen die naadloos aansloot bij de knopen die ze al verkochten, en had Cameré de opdracht gegeven om te bedenken hoe dat kon worden gerealiseerd.

 

Opnamedatum 2016-01-19

Schetsblad met ontwerpen voor een reeks hoedenspelden, 156 x 119 cm, Parijs, gesigneerd door Henri Cameré, ca. 1880-1890, Aankoop met steun van het Decorative Art Fund/Rijksmuseum Fonds, inv. RP-T-2014-18-27.

 

 

Advertenties

Gedenk te Leven

BK-17050 (2)

Memento Mori, hanger, Duitsland?, ca. 1590-1610, h. 3 cm, goud en gouddraad, geëmailleerd, Rijksmuseum Amsterdam, inv.nr. BK-17050.

Net als nu gaven mensen ook vroeger met sieraden boodschappen af. Wat met deze naakte weergave van de dood werd bedoeld, blijkt uit de woorden die er onder staan: Memento Mori, Gedenk te Sterven. In de late Middeleeuwen was het begrip in eerste instantie verbonden met het sterfbed zelf. Als de dood dichtbij is, moet de mens zich voorbereiden door afstand doen van alles wat hem van God scheidt; ongeloof, wanhoop, ongeduld, zelfingenomenheid en gehechtheid aan de familiekring. In De Prepaeratione ad Mortem (1533) van Erasmus van Rotterdam (1466-1536) worden ze uitgebouwd tot een richtlijn voor het leven, en daardoor voor een persoonlijk geloof. Zelf moet de mens het geloof bevechten, de wanhoop bestrijden, bescheidenheid leren en zijn geluk niet alleen laten afhangen van de mensen om hem heen.

Gedenk te Sterven wordt daardoor in de praktijk Gedenk te Leven, en ook de beeltenis van de dood ondergaat daardoor een betekenisverandering. De ontwikkeling van een persoonlijk geloof is belangrijk voor protestanten, en verschillende van de aspecten die Erasmus als leidraad voorstelde, keren dus ook bij de reformatoren terug. Vanuit datzelfde perspectief is de voorliefde voor psalmen te begrijpen; de 22ste psalm kun je bijvoorbeeld lezen als een verslag van de strijd tegen de wanhoop. Van God en alle mensen verlaten, en levend onder de constante dreiging van de dood, tekenen de eerste verzen de diepte van de duisternis waarin de dichter leeft. Halverwege breekt het vertrouwen door in een betere toekomst, voor hemzelf als hij de strijd overleeft, en zeker voor de volgende generaties. De Psalmen werden verschillende keren in het Nederlands vertaald, waarvan de versie van de schrijver van het Wilhelmus, Philips van Marnix van St. Aldegonde (1540-1598), misschien wel één van de mooiste Nederlandse is.

 

Portretgroep van Jan van der Does en zijn gezin (3)

Hoe een dergelijk sieraad gedragen werd? Anna van der Does (Noordwijk 1572 – Nienoord 1626) draagt zo’n sculptuur, gehaakt aan haar oorbel, zodat de tekst op de onderkant alleen te lezen is voor degene die heel dichtbij mag komen. Wij mogen dat niet, en omdat voor ons ook niet uit te maken is welke figuur is uitgebeeld, blijft haar persoonlijk verhaal een gesloten geheim. Anna’s portret maakt deel uit van een veel groter geheel, een weergave van het gezin van de diplomaat, dichter en staatsman Johannes van der Does, heer van Noordwijk (1545-1604). De kinderen geven een beeld van de toekomst, de jongens rond hun vader, de meisjes rond hun moeder. Anna, de oudste, is verreweg het rijkst gekleed en draagt ook de meest complexe sieraden. Doordat haar moeder en jongere zus veel simpeler en soberder zijn afgebeeld, kan Anna extra stralen.

Portretgroep van Jan van der Does en zijn gezin

Toegeschreven aan Roeloff Willemsz van Culemborg, Jan van der Does en zijn gezin, ca. 1590-1592, olieverf op paneel, 97 x 183 cm, Leiden, Stedelijk Museum de Lakenhal, inv.nr. S9.

Wanneer draag je diamant?

 

BK-2013-8-1

Broche à double usage, goud, zilver en diamant, 7 x 5 cm, Amsterdam, door de firma Benten & Zonen, 1857-1862, Rijksmuseum, BK-2013-8, schenking van mevrouw A. van Haersma Buma-Meuser Bourgognion, Den Haag.

Eén van de nieuwe hoogtepunten in het Rijksmuseum is een diamanten broche, die op twee manieren kan worden gebruikt. De grote centrale steen kan met een bijgeleverde schroevendraaier worden overgezet in een ring.

BK-2013-8-3

Omdat merken vaak ontbreken of weggesleten zijn, is het vaak niet mogelijk om zeker te weten wanneer en waar een diamantjuweel is gemaakt. In dit geval geeft het meesterteken zekerheid: deze broche is in het midden van de negentiende eeuw gemaakt in de werkplaatsen van de Amsterdamse firma Benten & Zonen. Dat is interessant omdat dit bedrijf in 1857 diamantspecialist Fürstenhaupt en Dammerval had overgenomen. Uit tentoonstellingsverslagen en andere bronnen is bekend dat Furstenhaupt & Dammerval high-end juwelen maakte, maar de broche is het eerste mij bekende voorbeeld dat een indruk geeft van de kwaliteit. De stenen zijn groot en helder, en door het slijpsel en de eenvoudige classicistische zetting komen ze heel mooi uit.

Omdat er niet veel bewaard gebleven is, of als Nederlands geïdentificeerd, wordt de geschiedenis van het Nederlandse sieraad vaak geschreven aan de hand van geschilderde portretten.

SK-A-2541

Mevrouw Alida Johanna Schmidt-Keiser met haar broer en haar zoontje, olieverf op doek, 143,5 × 115 cm, door Jacob Spoel, 1858, Rijksmuseum, SK-A-2541, schenking van J.A. Schmidt en J.J. Schmidt.

De Rotterdamse Alida Johanna Keijser (1810-1872), sinds 1849 weduwe van de schilder Willem Hendrik Schmidt, is op verschillende manieren als weduwe herkenbaar. De zwarte jurk met kanten kraag, kap en manchetten passen bij haar weduwenstaat en de persoonlijke juwelen die zij daarbij draagt completeren het geheel; de broche met het hondje verwijst naar trouw, en de ring met een enkele steen zou heel goed haar huwelijksring kunnen zijn. Hij lijkt wel een beetje op de ring met de enkele diamant.

SK-A-2541 (2)

BK-2013-8-2 (2)

De broche van het Rijksmuseum is oud familiebezit, en de dame die deze in 2013 aan het Rijksmuseum geschonken heeft, deed dat omdat zij zelf geen gelegenheden meer had om het pronkstuk te dragen. Toen ze rondkeek op de middag dat de akte werd ondertekend, vertelde ze dat iedereen nu juwelen overdag draagt, terwijl vroeger de eerste sieraden pas in de middag voor de dag kwamen. Al naar de gelegenheid werd er in kostbaarheid en kwaliteit gevarieerd. Het verklaart iets over het juweel zelf, dat bij bijzondere gelegenheden als broche, en op minder officiële momenten als ring kon functioneren. Het zegt ook dat er in de afgelopen vijftig jaar heel veel is veranderd.

Voor mij is het interessant omdat het vertelt hoe een sieraad toen werd benaderd, met andere woorden dat pronkstukken als deze vroeger alleen in bepaalde gezelschappen op specifieke momenten werden gedragen. Ook het schilderen van een portret was aan conventies gebonden, en je moet dus heel voorzichtig zijn bij het interpreteren daarvan. Catharina Theodora Baud (1820-1899) was in 1842 getrouwd met Jan Jacob van Braam, en draagt op de omstreeks 1850 genomen foto een vol uitgaanstenue. Daarbij horen de dubbele armbanden, de grote diamanten oorhangers en de bijpassende broche in het decolleté. Maar zo liet je je niet schilderen. Op haar geschilderde portret, waarvan een foto zich bevindt in de verzameling van het RKD, is haar jurk modieus, maar spelen sieraden een uiterst beperkte rol. Rijkdom laat je dus uitsluitend zien onder gelijkgestemden, niet in je eigen woonkamer, voor iedere bezoeker te pronk…

RP-F-F02768 (2)

Mevrouw Catharina Theodora van Braam-Baud, reproductie van een daguerreotypie, albuminedruk, 88 × 58 mm Woodbury & Page, 1850-1856, Rijksmuseum, RP-F-F02768.

 

De dame met de eenhoorn

Ring, goud, email en diamant, 2,6 x 2 cm, Nederland?, ca. 1550, BK-1965-48

Ring, goud, email en diamant, 2,6 x 2 cm, Nederland?, ca. 1550, BK-1965-48

Eén van de eigenaardigheden die je als conservator edele metalen langzamerhand ontwikkelt, is dat je in vrijwel iedere situatie verbanden legt met de voorwerpen waarover je elke dag nadenkt. Wie af en toe met sieraden bezig is, krijgt de neiging om speciaal te letten op de sieraden die men in de trein, op visite of in een winkel draagt. Bijna altijd geven sieraden een specifieke boodschap af, en opvallend is dat iedereen de boodschap begrijpt; zonder woorden maak je met een gladde gouden ring aan iedereen duidelijk dat je (bijna) bent getrouwd.
Daarnaast bestaan er verhalende sieraden. Als je deze ring sterk vergroot is duidelijk dat hier verschillende verhalen worden verteld; de verbonden handen zijn nog steeds een bekend symbool voor de vriendschap, maar wat doen die vrouw en die eenhoorn daar, en waarom wijzen zij op een hart? In middeleeuwse ridderromans speelde de eenhoorn een belangrijke rol in de kunst van de liefde. Men dacht dat het dier zich alleen liet vangen door een maagd; uitsluitend als hij door een jonge vrouw benaderd werd, boog hij zijn hoofd en legde hij zijn hoorn in haar schoot. De maker van deze ring heeft een eigen draai aan het verhaal gegeven; door tussen de hoorn en de hand van de vrouw een hart te plaatsen, wordt de erotische lading verruild voor een platonisch liefdessymbool.
In werkelijkheid is deze ring enkele centimeters hoog, met als gevolg dat je van heel dichtbij moet kijken om het verhaal te kunnen volgen. Anders dan de sieraden met een directe boodschap voor een groot publiek, is dit een sieraad met een puur persoonlijk karakter dat alleen voor de gever en de ontvanger direct te begrijpen is.

Een diamanten sieraad van Antoinette Jacqueline barones Sweerts de Landas

devant de corsage, goud, platina, diamant, turkoois, h. 9,7, b. 6 cm,  Frankrijk?, ca. 1900

devant de corsage, goud, platina, diamant, turkoois, h. 9,7, b. 6 cm, Frankrijk?, ca. 1900

Iedere periode heeft zijn voorkeuren: vorm en formaat van een sieraad weerspiegelen wat men belangrijk en aantrekkelijk vond. Voor het decolleté, dat zich in het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde tot een aandachtspunt, werden dan ook speciale sieraden ontwikkeld zoals het devant-de-corsage, een met juwelen bezette hanger, die op het ritme van de ademhaling van de draagster bewoog. Er zijn maar weinig portretten bekend waarop je een dergelijk sieraad kunt zien; een uitzondering is dat van de jonge koningin Wilhelmina, waarop zij de door de Amsterdamse juwelier Hoeting ontworpen en vervaardigde saffieren parure draagt, die zij ter gelegenheid van haar huwelijk in 1901 van de Nederlandse bevolking gekregen had. De strikvormige devant-de-corsage behoorde niet tot het nationaal huwelijksgeschenk, maar was mogelijk een geschenk van haar echtgenoot, Hendrik van Mecklenburg-Schwerin. wilhelmina_

Het exemplaar van het Rijksmuseum is eenvoudiger en veel informeler. Als je goed kijkt kun je zien dat het sieraad de vorm heeft van een hart. Diamanten zijn samengevoegd tot linten en bladranken, en de grootste en kostbaarste stenen worden ingezet om belangrijke elementen uit het ontwerp naar voren te halen, zoals het hart van een bloem of een blad. Daarom is het zo bijzonder dat de belangrijkste plek wordt ingenomen door een relatief goedkope steen, een halfrond geslepen groenblauwe turkoois. Omdat de kleursteen bovendien in geel goud is gezet, terwijl voor de diamanten het omstreeks 1900 moderne platina is gebruikt, zou je je kunnen afvragen of de steen geen latere vervanger is.

In internationale tijdschriften als Good Housekeeping (1905) en Lady’s Realm (1901), maar ook in Nederlandse kranten werd omstreeks 1900 aangegeven dat materialen en stenen moesten passen bij de draagster ervan. Aanbevolen werd om de stenen bij voorkeur af te stemmen op de kleur van haar ogen, en turkoois werd als een goede keuze voor een dame met lichtblauwe ogen beschouwd. Op dezelfde manier diende de zetting te worden aangepast bij het type draagster; in geel goud gezette diamanten versterkten de huidskleur van een blondine, terwijl voor een brunette platina veel geschikter was.

Jammer genoeg weten we heel weinig van Antoinette Jacqueline barones Sweerts de Landas (1871-1950) buiten het feit dat zij drie keer in het huwelijk trad. Haar echtgenoten, Theodor Goedvriend (1895), Johann Georg Julius von Livonius (1908) en Ernst Anthon Jordens (1911) waren allen in het internationale bankwezen actief. Hopelijk komt er ooit nog eens een foto of portret van haar boven water, zodat we zeker weten of ze een brunette met lichtblauwe ogen was…

Het heden in het verleden in het Rijksmuseum

Enkele dagen geleden hield Bas Heijne een overweging ter gelegenheid van het feit dat het Rijksmuseum een jaar geleden zijn deuren voor het publiek opende. Dat het een succes is, is duidelijk: 2,8 miljoen bezoekers drongen het afgelopen jaar door de museumzalen. Zeker op een moment dat het politiek draagvlak voor musea en erfgoed afneemt, en bezuinigingen op deze sector bijna juichend worden ontvangen, is het een belangrijk teken aan de wand.
Leidraad in het betoog van Heijne was de relevantie van het verleden voor het heden. Schilderijen van Rembrandt en Vermeer hebben de kracht om hedendaagse kunstenaars te inspireren, en de verhalen die in de verschillende voorwerpen besloten liggen, zijn relevant voor onze situatie nu. Continuïteit is een belangrijk element: omdat mensen minder snel veranderen dan je op het eerste gezicht zou denken, zijn er verschillende parallellen te trekken. Portretten en andere memorabilia herinneren er aan dat kopstukken ook vroeger als helden werden vereerd. Op zichzelf waardeloze voorwerpen werden gekoesterd, juist omdat ze direct met het icoon verbonden waren. Verschilt dat nu in essentie zoveel van onze benadering van de BN-er?

Broche met haar van Petronella Moens

Broche met haar van Petronella Moens

Neem nu een broche met gevlochten haar van de in Nederland wereldberoemde dichteres en essayist Petronella Moens (1762-1843). In de tweede helft van de achttiende en de eerste decennia van de negentiende eeuw was zij het voorbeeld van een geëngageerd schrijfster. De parlementaire debatten volgde zij op de voet en zij was een groot pleitbezorgster voor de gelijkwaardigheid van alle mensen, vrouwen en Joden inbegrepen. Vanzelfsprekend was zij één van de voorvechtsters van de afschaffing van de slavenhandel. Haar idealen werden in sommige gevallen pas eeuwen na haar dood gerealiseerd, maar de waardering voor haar pogingen bestonden al langer. Zo werd de broche al in 1875 aan het nationale bezit toegevoegd.
Portret_van_Petronella_Moens_(1762-1843)_door_Margaretha_Cornelia_Boellaard_(1795-1872)
Met deze broche kun je verschillende verhalen vertellen. In de opstelling functioneert ze nu als onderdeel van een presentatie over haarwerk, een in de negentiende eeuw bloeiende stroming binnen het sieraad. Samen met verschillende colliers, broches en ringen laat de broche zien hoe men toen invulling gaf aan de voor ons nog steeds direct herkenbare behoefte aan tastbare herinneringen. Om het verhaal van het geëngageerd verzet in de negentiende en twintigste eeuw te vertellen worden andere voorwerpen ingezet. Verbroken ketenen zijn een veel krachtiger statement voor de afschaffing van de slavernij in 1863, en hoe kun je de emancipatie van de vrouw beter tonen dan werk van vrouwelijke kunstenaars in de twintigste eeuw centraal te plaatsen?