Gedenk te Leven

BK-17050 (2)

Memento Mori, hanger, Duitsland?, ca. 1590-1610, h. 3 cm, goud en gouddraad, geëmailleerd, Rijksmuseum Amsterdam, inv.nr. BK-17050.

Net als nu gaven mensen ook vroeger met sieraden boodschappen af. Wat met deze naakte weergave van de dood werd bedoeld, blijkt uit de woorden die er onder staan: Memento Mori, Gedenk te Sterven. In de late Middeleeuwen was het begrip in eerste instantie verbonden met het sterfbed zelf. Als de dood dichtbij is, moet de mens zich voorbereiden door afstand doen van alles wat hem van God scheidt; ongeloof, wanhoop, ongeduld, zelfingenomenheid en gehechtheid aan de familiekring. In De Prepaeratione ad Mortem (1533) van Erasmus van Rotterdam (1466-1536) worden ze uitgebouwd tot een richtlijn voor het leven, en daardoor voor een persoonlijk geloof. Zelf moet de mens het geloof bevechten, de wanhoop bestrijden, bescheidenheid leren en zijn geluk niet alleen laten afhangen van de mensen om hem heen.

Gedenk te Sterven wordt daardoor in de praktijk Gedenk te Leven, en ook de beeltenis van de dood ondergaat daardoor een betekenisverandering. De ontwikkeling van een persoonlijk geloof is belangrijk voor protestanten, en verschillende van de aspecten die Erasmus als leidraad voorstelde, keren dus ook bij de reformatoren terug. Vanuit datzelfde perspectief is de voorliefde voor psalmen te begrijpen; de 22ste psalm kun je bijvoorbeeld lezen als een verslag van de strijd tegen de wanhoop. Van God en alle mensen verlaten, en levend onder de constante dreiging van de dood, tekenen de eerste verzen de diepte van de duisternis waarin de dichter leeft. Halverwege breekt het vertrouwen door in een betere toekomst, voor hemzelf als hij de strijd overleeft, en zeker voor de volgende generaties. De Psalmen werden verschillende keren in het Nederlands vertaald, waarvan de versie van de schrijver van het Wilhelmus, Philips van Marnix van St. Aldegonde (1540-1598), misschien wel één van de mooiste Nederlandse is.

 

Portretgroep van Jan van der Does en zijn gezin (3)

Hoe een dergelijk sieraad gedragen werd? Anna van der Does (Noordwijk 1572 – Nienoord 1626) draagt zo’n sculptuur, gehaakt aan haar oorbel, zodat de tekst op de onderkant alleen te lezen is voor degene die heel dichtbij mag komen. Wij mogen dat niet, en omdat voor ons ook niet uit te maken is welke figuur is uitgebeeld, blijft haar persoonlijk verhaal een gesloten geheim. Anna’s portret maakt deel uit van een veel groter geheel, een weergave van het gezin van de diplomaat, dichter en staatsman Johannes van der Does, heer van Noordwijk (1545-1604). De kinderen geven een beeld van de toekomst, de jongens rond hun vader, de meisjes rond hun moeder. Anna, de oudste, is verreweg het rijkst gekleed en draagt ook de meest complexe sieraden. Doordat haar moeder en jongere zus veel simpeler en soberder zijn afgebeeld, kan Anna extra stralen.

Portretgroep van Jan van der Does en zijn gezin

Toegeschreven aan Roeloff Willemsz van Culemborg, Jan van der Does en zijn gezin, ca. 1590-1592, olieverf op paneel, 97 x 183 cm, Leiden, Stedelijk Museum de Lakenhal, inv.nr. S9.

Advertenties

Weer naar school! De wereld in miniatuur zilver

Vanmorgen was het weer druk in de tram. Hordes kinderen laten duidelijk zien dat in Amsterdam de scholen weer begonnen zijn. Vroeger liepen kinderen kilometers naar het dichtstbijzijnde leslokaal, en ook de inhoud van hun tassen is ongetwijfeld veranderd, maar wat zeker hetzelfde bleef is de worstelpartij met de veel te grote en zware schooltas, die pas als je wat ouder bent normale proporties lijkt aan te nemen. Het Zuiderzeemuseum heeft verschillende 18de-eeuwse exemplaren; ze zijn van hout, hebben een blad dat je open kunt schuiven, en een handvat waaraan je de kist kunt dragen.
Schooltas Zuiderzeemuseum Schooltas
In het Rijksmuseum zijn er enkele 17de-eeuwse zilveren versies in miniatuur, die op precies dezelfde manier zijn gemaakt als de grote voorbeelden. Ook van dit nog geen 5 centimeter lange exemplaar kun je het deksel openschuiven, en ik stel me zo voor dat er vroeger ook pennen en boeken in lagen. Met ruim 400 andere zilveren miniaturen in de Special Collections toont het museum daarmee de typisch Nederlandse fascinatie voor de gewone wereld in klein formaat zilver.

Dat zilveren miniaturen een typisch Nederlands verschijnsel zijn, weten we omdat buitenlandse reizigers ze soms noemen in hun verslagen. Bezoekers verbaasden zich over de enorme rijkdom, die in het 17de- en 18de-eeuwse Nederland niet alleen aan de grachten, maar vooral ook op het welvarende platteland overal te zien was, en zij noemen daarin soms ook specifiek de verzamelingen die van Haastrecht tot Hindelopen de trots van de bezitter vormden. Op tafeltjes, rekken en in glazen kastjes stonden de collecties uitgestald, en ongetwijfeld werden ze vol trots aan de bezoeker getoond.

De enorme variatie in het aantal thema’s, en de ongelooflijke hoeveelheden waarin miniaturen die uit de 17de, 18de en 19de eeuw bewaard gebleven zijn, geven niet alleen aan dat er in Nederland een brede belangstelling moet zijn geweest, maar ook dat het toen al mogelijk moet zijn geweest om een gespecialiseerd thema uit te werken. Een schooltas is dan een voorbeeld van de wereld van het kind, net als een bord met damschijven (het bord is 5 bij 5 cm), dat zo precies is uitgevoerd dat je er ook echt mee zou kunnen spelen.

Ook nu nog zijn zilveren miniaturen een geliefd verzamelobject, en ze worden – onder andere in Schoonhoven – nog steeds in grote aantallen nieuw gemaakt. Er is wel één ding veranderd; waar men vroeger moderne voorwerpen uit het leven van alledag in miniatuur zilver transformeerde, heeft de verzamelaar nu vooral een voorkeur voor nostalgische interpretaties. Zouden er al rugzakken, schoolagenda’s en spelcomputers worden verzameld? En waar blijft de versie van Kolonisten van Katan?
BK-15111