Kracht en Voorzichtigheid

BK-1958-72

Bokaal van het kapiteinschap van Jan Berewout, zilver, gedeeltelijk verguld en geëmailleerd, H. 54,5 cm, diam. 17,4 cm, Amsterdam 1705, het corpus toegeschreven aan Jacobus van den Bergh II, de modellen door Jan Lanckhorst, Rijksmuseum, geschenk van de kunsthandel Rosenberg & Stiebel, New York, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het Rijksmuseum, inv. BK-1958-72.

 

In de late Gouden Eeuw kende het Nederlandse zilver een grote verscheidenheid. Naast nauwelijks versierde volledig gladde voorwerpen, kenmerkend voor het strakke classicisme, ontstonden er ook veel complexere kunstwerken met een veel uitgesprokener versiering. Een heel team werd ingeschakeld: voordat het voorwerp kon worden gemaakt, werden ontwerp- en presentatietekeningen besteld, en soms ook driedimensionale modellen voor sculpturale onderdelen. Ook de realisatie van het object kon in handen zijn van verschillende specialisten; in dit geval werkte de zilversmid samen met gieters, drijvers, graveurs en emailleurs.

 

 

Opnamedatum: 2012-06-22

Zo’n hoogtepunt is de bokaal van het Groene Regiment van de Amsterdamse schutterij, geschonken door de officieren ter ere van hun meerdere, Jan Berewout (1666-1726). De sculpturen op het deksel en de voet zijn gemodelleerd door de beeldhouwer Jan Lanckhorst (1668-1744), en hij werkte ook aan de drie reliëfs op de bekerwand. De zilversmid, mogelijk Jacobus van den Bergh, was in eerste instantie coördinator, maar had ook een actieve rol. Hij maakte de gladde onderdelen, de sierranden, en zorgde ervoor dat de sculpturale onderdelen werden gegoten en afgewerkt. En ook daarvoor werd een beroep gedaan op een heel leger aan specialisten: ciseleurs, vergulders, emailleurs en graveurs. Doordat de zilversmid alle inspanningen coördineerde en controleerde kon een uitzonderlijke kwaliteit worden bereikt.

Opnamedatum: 2012-06-22

Monumentale Gesamt-kunstwerken uit de Gouden eeuw, zoals de paleizen van de stadhouders en de grote burgerij kwamen op dezelfde manier tot stand. Ook daar werkte een heel team kunstenaars aan één project, onder aanvoering van een coördinator. Toch is er ook een groot verschil; waar een sculptuur, schilderij of interieur voor een breed publiek was bedoeld, opent een zilveren kunstwerk zich alleen in klein comité. Alleen bij bijzondere gelegenheden kwam het stuk op tafel, en had dan automatisch de hoofdrol. Verzekerd van de volle aandacht van de kijker, konden zo complexe verhalen met meerdere lagen worden verteld.

De vrijstaande sculpturen verbeelden Kracht en Voorzichtigheid, begrippen die in de Republiek werden gebruikt als leidraad voor de militaire politiek. Als je investeert in een sterk leger, schrik je de vijand af, en kun je fysieke oorlog vermijden. Voorzichtigheid is de andere leidraad; misschien kom je er met praten ook wel uit en is het niet direct nodig om naar de wapens te grijpen. De voorstellingen op de wand breiden het verhaal uit; verhalen uit de klassieke oudheid worden ingezet als waarschuwing tegen broedertwist en als leidraad voor het bewaren van de harmonie, waardoor de overwinning binnen handbereik ligt. Daardoor wordt de bokaal een uitdrukking van de identiteit van de officieren van de Amsterdamse schutterij.

Opnamedatum: 2012-06-22

 

‘t Spaensche gedrocht, met haer gespuys’: Valerius Gedenckklanck in zilver

Bokaal van de Schutterij van de Edele Busse te Veere, verguld zilver, Middelburg, ca. 1624, H. 36,3 cm, diameter voet 10 cm,  BK-NM-585

Bokaal van de Schutterij van de Edele Busse te Veere, verguld zilver, Middelburg, ca. 1624, H. 36,3 cm, diameter voet 10 cm, BK-NM-585

Historische sensaties kun je ook buiten musea beleven. Ieder jaar weerklinken in Leiden in de ochtend van 3 oktober de strijdliederen die door Adriaen Valerius (Middelburg, ca. 1570-1575 – Veere 1625) in zijn Nederlandse Gedenck Clanck op schrift zijn gezet. De meeste kent iedereen; het Wilhelmus, Merck toch hoe Sterck en Berg op Zoom, Houdt U Vroom worden uit volle borst meegezongen

Wie was die Valerius, en waarom vond hij het nodig om zestiende-eeuwse strijdliederen met muziek uit te geven? Behalve dat hij tot de elite van de stad Veere behoorde, weten we niet veel van hem. Zijn naam staat op een verguld zilveren bokaal van het schuttersgilde van Veere, nu in het Rijksmuseum. Het betekent dat hij een actief lid geweest moet zijn van de vrijwillige burgerwacht, en ik stel me zo voor dat hij met de andere ijzervreters de hernieuwde vijandelijkheden tussen Nederland en Spanje in 1621 uitvoerig heeft besproken. In De Nederlandsche Gedenck Clanck, die overigens pas na zijn dood in 1626 verscheen, werden de heldendaden van de voorgaande generaties op muziek gezet. Succes uit het verleden werd zo een leidraad voor de komende overwinning. Dat Valerius koos voor een combinatie van tekst en muziek, wordt begrijpelijk als je weet dat hij voorzitter was van een rederijkersgezelschap in Veere, Missus Scholieren. Zij traden op bij bijzondere gelegenheden, en zongen en dichtten in begrijpelijke taal.

Keten van de rederijkers van Veere, de penning Zeeland, ca. 1530, zilver, L. 175 cm, BK-NM-8296,

Keten van de rederijkers van Veere, de penning Zeeland, ca. 1530, zilver, L. 175 cm, BK-NM-8296,

Waarschijnlijk is de versiering van de wand van de bokaal ook door Valerius bedacht. De voorstelling met de wapens van het Markiezaat Veere en de familie Oranje Nassau doet denken aan één van de illustraties in de Nederlandsche Gedenck Clanck, en het motto dat op één van de banderollen staat keert op de mondrand van de bokaal terug: “In alle druc en rouw/ malcander biet de hand/in alles zijt getrou/Gods kerck en ’t vaderland’’

Geuzenembleem uit de Nederlandsche Gedenckklanck, Pieter Serwouters, ca. 1626, RP-P-OB-78.920.

Geuzenembleem uit de Nederlandsche Gedenckklanck, Pieter Serwouters, ca. 1626, RP-P-OB-78.920.

Rondom het schuttersketen van Zevenbergen

In het prentenkabinet van de Middeleeuwen wordt het schuttersketen van Zevenbergen gepresenteerd in samenhang met prenten die in dezelfde periode door beroemde graveurs zijn gemaakt. Ze zijn gegroepeerd op thema, en laten zien hoe dezelfde thema’s door kunstenaars in een ander medium werden uitgewerkt. Het concept en de uitwerking van het sieraad laat een heel eigen variant zien, en getuigt van de zelfstandige scheppingskracht van de edelsmid.

Sint Joris en de Draak, Albrecht Dürer, ca. 1505-1506 RP-P-OB-1456

Sint Joris en de Draak, Albrecht Dürer, ca. 1505-1506 RP-P-OB-1456

Kijk maar. Dürers weergave van de Heilige Joris omstreeks 1505 staat op het breukvlak van de de gotiek en de renaissance. De ridder heeft het middeleeuwse harnas uitgetrokken, en ook in de suggestie van de beweeglijkheid van man en paard kondigen zich nieuwe opvattingen aan. In de Joris op het schuttersketen is de transformatie voltooid; de ridder draagt nu het kostuum van een Romeins soldaat. Als je alvast alle prenten wilt zien, kun je hier kijken.

Schuttersketen van Zevenbergen, ca. 1530-1546

Schuttersketen van Zevenbergen, ca. 1530-1546

De trots van de schutterij van Roosendaal

BK-NM-4240-00

Afgelopen week werd bekend dat de Brabantse schutterijen op de lijst van het beschermd immaterieel erfgoed van de Unesco zijn geplaatst. De verenigingen en hun bijeenkomsten maken deel uit van een vele eeuwen omspannende traditie. Nog steeds is te zien dat de leden op de jaarlijkse schietwedstrijden hun vaardigheid op de boog testen door een houten papegaai van een hoge paal te schieten. De winnaar van dat jaar mag zich de schutterskoning noemen. Bij bijzondere gelegenheden draagt hij de ceremoniële sieraden, passend bij zijn functie.
Schutterskoning

Het meest monumentale schutterssieraad in het Rijksmuseum is een grote zilveren halskraag, in 1588-9 gemaakt in Antwerpen. De kraag bestaat uit vier scharnierende halfronde platen, en is versierd met symbolen en voorstellingen: bogen en pijlenkokers op de voorzijde en de rug verwijzen naar het gilde van de handboogschutters, het rechterwapen met de drie rozen op de voorzijde is dat van de vrijheid Roosendaal. Zonder woorden vertellen zij wie de eigenaar van de kraag was. In de medaillons op de schouders balanceren de talenten van de geest, voor het Geloof en de Liefde, achter de Hoop en de Gerechtigheid, als richtlijnen voor goed burgerschap. Voor moderne ogen minder duidelijk is het Oranje-wapen links. Betekent het dat een Oranje de kraag geschonken heeft, of is er iets anders aan de hand?

De vrijheid Roosendaal behoorde in de 16de eeuw tot de baronie van Breda, één van de gebieden die onder direct bestuur van de Oranjes vielen. Alle besturen in het gebied ontleenden hun legitimiteit dus aan rechten en privileges, die hen door de Oranjes waren verstrekt. Ook de schutterij van Sint Sebastiaan: in 1550 had het van Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) een nieuw reglement gekregen. Door zijn wapen af te beelden op de kraag, vertelde het gilde aan de buitenwereld aan wie zij haar autoriteit te danken had. BK-NM-4240-01

In de tweede helft van de 19de eeuw verdwenen Brabantse schuttersgilden in een rap tempo, en in die jaren ging dan ook veel schutterszilver verloren. Schuttersketens bleven wel vaak bewaard, omdat juist daarin de geschiedenis van het gilde was vervat. Doordat iedere nieuwe koning zijn naam op de kraag graveerde, of er een schildje aan toevoegde, konden complete schutterskoningengenealogieën ontstaan. Inclusief de in de 18de en in de vroege 19de eeuw toegevoegde schilden, is de trots van de Roosendaalse schutterij voor het eerst sinds 1876 weer in het Rijksmuseum te zien.