Sound the trumpet!

NG-NM-561

Natuurtrompet, zilver en passement in zijde en zilverdraad, 63,8 x 11,5 cm diam, London, 1-12-1813/30-3-1814, William Troby in opdracht van William Sandbach, in 1814 geschonken aan het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden door de lijfwacht te paard van Koning Willem I, Rijksmuseum, inv. NG-NM-561.

De afgelopen weken heeft het Rijksmuseum veel aandacht besteed aan de geschiedenis van de muziek, die op een bijzondere manier door de bestaande opstelling verweven is. Vroeger speelde ik trompet, en het zal dan ook niemand verbazen dat ik een warm plekje heb voor de zilveren natuurtrompet waarvan de triomfantelijke klanken door de Waterloo zaal klinken.

Zilveren trompetten klinken niet anders dan dezelfde modellen in koper, en werden dus voor een speciaal doel in dat veel kostbaarder materiaal uitgevoerd. Dit exemplaar is een geschenk van Koningin Wilhelmina van Pruissen aan de lijfwacht te paard van Koning Willem I. Bij de ceremoniële intocht ter gelegenheid van de inhuldiging op 30 maart 1814 in Amsterdam omringde de lijfwacht de koets van de koningin.

RP-P-OB-87.095

Intocht van prins Willem Frederik te Amsterdam, 1813, ets, h 151mm × b 196mm, Rijksmuseum inv. RP-P-OB-87.095.

De lijfwacht te paard bestond uit vrijwilligers onder leiding van Jean Charles graaf van Bylandt (1776-1841). Na de aankomst van de prins op 30 november 1813 in Nederland werd daar nog steeds actief oorlog met de Fransen gevoerd, en de lijfwacht te paard zorgde voor de fysieke veiligheid van de koning zolang dat nodig was. In de zomer van 1814 werd het korps ontbonden. In overleg met de Koning werd vervolgens besloten om het ereteken onder te brengen in één van de voorlopers van het Rijksmuseum, het net opgerichte Koninklijk Kabinet voor Zeldzaamheden in Den Haag. Als getuigenis van hun dapperheid en trouw, werden de reden van het geschenk en hun namen voluit op de beker van het instrument gegraveerd.

NG-NM-561 (4)

Volgens de krantenberichten had de koningin het stuk speciaal voor de gelegenheid in Engeland laten maken. Anders dan soms wel wordt gedacht, is de maker van het stuk niet de Londense instrumentmaker William Sandbach.  Waarschijnlijk is het instrument bij hem gekocht, en speelde hij in dit geval de rol van bemiddelaar. De opdracht is tussen 1 december 1813 en 30 maart 1814 uitgevoerd door de Londense zilversmid William Troby, die zich in 1812 net had laten inschrijven bij de Goldsmithshall. Het door Sandbach beschikbaar gestelde model in koper, is door Troby in zilver vertaald. Als bewijs dat het instrument aan materiaal minimaal 925/1000 zilver bevatte, en dat de in Engeland daartoe verschuldigde belasting was betaald, zijn alle onderdelen afzonderlijk door de Goldsmithshall gemerkt. Waarschijnlijk heeft de zilversmid ook de gedreven versiering van de mondrand bedacht en uitgevoerd.

Als één van de eerste aanwinsten van het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden in zilver, geeft het stuk een bijzonder inzicht in de signatuur van de verzameling die men in het begin van de negentiende eeuw voor ogen had. Bijzondere eigentijdse eretekenen werden ingezet als illustratie van de recente geschiedenis. Omdat het stuk al zo vroeg in de collectie is opgenomen, en dus maar enkele maanden is gebruikt, zijn zowel het instrument als het zilverpassement en de kwasten uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Hoe zo’n pronkstuk klinkt kun je nu voor het eerst sinds 1814 weer horen:  Sound the Trumpet!

20170531_130559

Advertenties

Echo’s van Waterloo

De Leeuw van Waterloo, 1826

De Leeuw van Waterloo, 1826

Nederland heeft moeite met militaire geschiedenis. Als je Tussen Kunst en Kitsch vergelijkt met de Antiques Roadshow, valt op dat het bij de laatste medailles, wapens, foto’s en andere militaire memorabilia regent, waar ze in de Nederland vooral schitteren door afwezigheid. Hetzelfde geldt voor de helden en de monumenten van bijvoorbeeld de Napoleontische oorlogen. Op zichzelf is dat vreemd. De slag bij Waterloo werd in de negentiende eeuw in Nederland uitgebreid herdacht, en de jubilea op 18 juni uitbundig gevierd. Zo organiseerde ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum een speciale feestcommissie in Leiden een bijeenkomst voor de 2000 toen nog levende oud-strijders, en gebruikte beide hoofdkerken van de stad, de Pieterskerk voor een dankdienst, de Hooglandse voor een diner voor ruim 1800 man.

De leeuw van Waterloo, 1829, Rijksmuseum RP-P-1910-1744

De leeuw van Waterloo, 1829, Rijksmuseum RP-P-1910-1744

Bij het eerste lustrum in 1820 werd besloten om de Nederlandse bijdrage te markeren door de oprichting van een monument op het slagveld, een bronzen leeuw op een 45 meter hoge kunstmatige berg. Het project waarvoor de hofarchitect Charles vander Straeten de tekeningen leverde en de beeldhouwer Jean-Louis Van Geel het model, werd in 1826 voltooid. Met de leeuw werd tegelijkertijd de dapperheid en de waakzaamheid van het Nederlandse leger uitgedrukt. De aardbol onder zijn poot verbeeldt de tegenstander. Zijn klauw rust precies op de plek waar Frankrijk ligt. Dat de Leeuw van Waterloo in het Noorden al snel tot een icoon geworden was, blijkt uit verschillende zilveren memoriestukken. Een voorbeeld is een zeven jaar na de voltooiing van het monument gemaakt theeservies voor één persoon, bestaande uit een theekist, een theepot en een melkkan. De modern vormgegeven geometrische, geribde lichamen van de theekist en de theepot dienen hier als voetstuk voor het monument voor Nederlands herwonnen vrijheid. Vanaf de theetafel kijkt de Leeuw van Waterloo trots om zich heen.

theepot, zilver en ebbenhout, Firma Bonebakker en Zonen, Amsterdam, 1833, uitgevoerd door T.G. Bentvelt, BK-1999-86-A

theepot, zilver en ebbenhout, Firma Bonebakker en Zonen, Amsterdam, 1833, uitgevoerd door T.G. Bentvelt, BK-1999-86-A

theebus, zilver, Firma Bonebakker en Zonen, Amsterdam, 1833, uitgevoerd door T.G. Bentvelt, BK-1999-86-C

theebus, zilver, Firma Bonebakker en Zonen, Amsterdam, 1833, uitgevoerd door T.G. Bentvelt, BK-1999-86-C

melkkan, zilver, Firma Bonebakker en Zonen, Amsterdam 1833, uitgevoerd door T.G. Bentvelt

melkkan, zilver, Firma Bonebakker en Zonen, Amsterdam 1833, uitgevoerd door T.G. Bentvelt, BK-1999-86-B

Omdat de administratie van de verkoper, de firma Bonebakker en Zonen, bewaard gebleven is, is bekend dat de onderdelen van het ensemble in 1833 op voorraad werden gemaakt, en dat de winkel over ruim tachtig verschillende dekselknoppen beschikte. Aan de klant, in dit geval Cornelis de Bruyn, Martinuszoon (1777-1834), de keuze. Waarom hij de Leeuw van Waterloo over zijn theetafel liet heersen, is de vraag. We weten dat De Bruyn behoorde tot de nieuwe handelselite, die als één van de eerste in Nederland in 1831 stoommachines aanschafte, en plaatste in zijn suikerfabriek in Amsterdam. Hij beheerste samen met zijn zonen een aanzienlijk deel van de internationale koloniale markt voor gestampte Javaanse rietsuiker en was dan ook vermogend. Vanaf 1800 bewoonde hij een groot dubbel huis aan de Herengracht, en bezat een buitenplaats, Bijdorp bij Loenen aan de Vecht, waar hij Engelse landschapstuinen aan liet leggen. Zijn zoons trouwden met Fransen en Engelsen, en hij maakte dus onderdeel uit van een internationale handelselite. Of deze tycoon zelf in Waterloo heeft gevochten, of wellicht relaties had met één van de helden van Waterloo, is nog niet bekend. Op de lijsten waarop werd bijgehouden of men in 1815 in aanmerking kwam voor een speciale beloning vanwege de deelname aan de slag, komen weliswaar verschillende naamgenoten voor, maar het is nog niet gelukt om deze met hem of zijn familie te verbinden. Portretten en foto’s geven op de tentoonstelling Ooggetuigen van Waterloo een anoniem beeld van de strijders, de monumenten in zilver in de zalen daarna laten zien hoe zij zelf dit keerpunt in de geschiedenis van Europa markeerden.

theebus, zilver, Firma Bonebakker en Zonen, Amsterdam, 1833, uitgevoerd door T.G. Bentvelt, BK-1999-86-C

theebus, zilver, Firma Bonebakker en Zonen, Amsterdam 1833, uitgevoerd door T.G. Bentvelt, BK-1999-86-C